Hoge Raad, 19-07-2019 / 18/01481


ECLIECLI:NL:HR:2019:1276
Datum19-07-2019
InhoudsindicatieProcesrecht. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen. Klachten over de niet op elkaar aansluitende motivering in het tussenarrest en het eindarrest.
Recht.nl artikelHof moet toelichten waarom in eindarrest is afgeweken van motivering uit tussenarrest (02-08-2019)
In het licht van wat partijen over en weer hebben aangevoerd, heeft het hof niet voldoende gemotiveerd waarom het in het eindarrest is afgeweken van de motivering uit het tussenarrest. Dat het hof niet gebonden was aan de in het tussenarrest neergelegde overwegingen, nu daarin geen bindende eindbeslissingen waren vervat, doet daar niet aan af. Als het hof in het eindarrest een andere richting wilde inslaan dan in het tussenarrest, had het moeten toelichten waarom daarvoor is gekozen.
> Hof moet toelichten waarom in het eindarrest is afgeweken van de motivering uit het tussenarrest (Claire Wiltink, Cassatieblog.nl)
Recht.nl artikelTerugkomen van bindende eindbeslissingen (10-10-2019)
Wat als de rechter een bindende eindbeslissing heeft gegeven, maar later blijkt dat deze beslissing is achterhaald door nieuwe feiten, stellingen of nieuw verworven inzicht van de rechter? Dan is de procesorde niet gebaat bij het stug vasthouden aan alleen de juridische werkelijkheid. De Hoge Raad heeft daarom in de loop der jaren aanvaard dat een rechter kan terugkomen van zijn bindende eindbeslissing, als de beslissing (inmiddels) berust op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag.
> Terugkomen van bindende eindbeslissingen (Advocatenblad.nl)
TijdschriftartikelHoge Raad 19-07-2019
OR 2019/86
Stelplicht en bewijslast bij de stortingsaansprakelijkheid. Een oud-crediteur van een failliete vennootschap spreekt de indirect bestuurder aan op grond van de stortingsaansprakelijkheid (art. 2:180 (oud) BW). Anders dan de rechtbank wijst het hof de vorderingen af omdat de oud-crediteur deze onvoldoende zou hebben onderbouwd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege niet op elkaar aansluitende motivering in het tussenarrest en het eindarrest. Een bv die een bouwbedrijf uitoefent
TijdschriftartikelHoge Raad 19-07-2019
NJB 2019/1864
Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder
TijdschriftartikelHoge Raad 19-07-2019
RvdW 2019/920
Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen.
TijdschriftartikelHoge Raad 19-07-2019 (met noot)
S.C.M. van Thiel
JOR 2019/215
Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder wegens niet voldoen aan stortingsplicht ex art. 2:180 lid 2 (oud) BW, Tournure in eindarrest a quo is onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd.
TijdschriftartikelHoge Raad 19-07-2019
Prg. 2019/236
Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:420
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2019:490