Parket bij de Hoge Raad, 26-05-2015 / 14/05453


ECLIECLI:NL:PHR:2015:1400
Datum26-05-2015
InhoudsindicatieProfijtontneming. 1. Art. 36e.8 (oud) Sr. Bij de toepassing van art. 36e.8 (oud) Sr komt slechts in aanmerking de in rechte onherroepelijk toegekende vordering van een (rechts)persoon strekkende tot vergoeding van diens schade als gevolg van het feit waarop de ontnemingsvordering (mede) steunt. De aan de b.p. toegekende vordering strekt tot vergoeding van de schade die deze heeft geleden als gevolg van het in de strafzaak tegen de betrokkene onder 19 bewezenverklaarde feit. In aanmerking genomen dat de ontnemingsvordering blijkens de overwegingen van het Hof niet (mede) steunt op dat feit, is s Hofs oordeel dat bij de bepaling van het bedrag waarop het w.v.v. moet worden geschat de vordering van de b.p. niet in mindering behoeft te worden gebracht, juist. 2. Overschrijding redelijke termijn. De compensatie zal kunnen worden toegepast in de hoofdzaak, die onder meer wat betreft de strafoplegging wordt teruggewezen naar het Hof.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2000:AA5438 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BQ3641 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:535 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:CA3307 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:3097 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2001:AB1518 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP0299 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2459
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BQ1999
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:2459