Parket bij de Hoge Raad, 13-12-2018 / 18/00983; 18/00984


ECLIECLI:NL:PHR:2018:1374
Datum13-12-2018
InhoudsindicatieA-G IJzerman heeft conclusie genomen naar aanleiding van het beroep in cassatie van belanghebbende tegen de uitspraken van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 februari 2018, nrs. 16/01500 en 16/01501. Belanghebbende was bestuurder en enig aandeelhouder van een B.V. waarin een uitzendbureau werd geŽxploiteerd. Naar aanleiding van een door de Inspecteur ingesteld boekenonderzoek heeft eind 2006 aanmelding plaatsgevonden bij het Openbaar Ministerie vanwege het vermoeden van een fiscaal delict. De zaak is op 12 oktober 2009 geseponeerd. Op 17 januari 2008 heeft de Inspecteur aan het Openbaar Ministerie verzocht de strafrechtelijke stukken en bescheiden die betrekking hebben op belanghebbende en de B.V., voor fiscale doeleinden te mogen gebruiken. Deze toestemming is op 25 januari 2008 verleend. Naar aanleiding van de uitkomsten van het boekenonderzoek is aan de B.V. over de periode 1 januari 2004 t/m 31 december 2005 een naheffingsaanslag in de loonbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd ten bedrage van 156.742. Deze heeft de B.V. onbetaald gelaten, waarop de Ontvanger belanghebbende aansprakelijk heeft gesteld wegens kennelijk onbehoorlijk bestuur. Het gaat hier om een tweede cassatieprocedure. Na de eerste cassatie is de zaak nader beoordeeld door gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (het Hof). Dit heeft in zijn uitspraak vooropgesteld dat vaststaat dat de Ontvanger niet heeft voldaan aan zijn uit artikel 8:42, eerste lid, van de Awb voortvloeiende verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken (het FIOD-dossier) over te leggen. Dit FIOD dossier is namelijk vernietigd door de Belastingdienst. Door het niet voldoen door de Ontvanger aan de op hem rustende verplichting tot het overleggen van alle op de zaak betrekking hebbende stukken, is volgens het Hof niet uit te sluiten dat belanghebbende daarmee in haar bewijspositie is geschaad. Als sanctie volgt dat ondanks te late melding van betalingsonmacht, de Ontvanger aannemelijk dient te maken dat het niet betalen van de belastingschuld het gevolg is van aan belanghebbende te wijten kennelijk onbehoorlijk bestuur. Naar het oordeel van het Hof is de Ontvanger in die bewijslast geslaagd aangezien belanghebbende, nadat het haar duidelijk was geworden dat de loonadministratie van de B.V. en daarmee de ingediende aangiften onjuist waren, geen contact met de Belastingdienst heeft opgenomen en er sprake is van het opzettelijk achterwege laten van de zijde van belanghebbende. Daarbij heeft het Hof overwogen dat belanghebbende de situatie dat er sprake was van een te lage inhouding en afdracht van verschuldigde loonbelasting/premie volksverzekeringen in stand heeft gelaten. Voorts heeft belanghebbende in januari 2007 (toen er nog voldoende financiŽle middelen in de B.V. aanwezig waren) er desondanks niet voor gekozen om contact met de Belastingdienst op te nemen en de kennelijk aanwezige financiŽle middelen aan te wenden voor de betaling van de verschuldigde belasting. Dat levert volgens het Hof kennelijk onbehoorlijk bestuur op. Het Hof heeft de aansprakelijkstelling gehandhaafd. Tegen de Hofuitspraak is belanghebbende nu opgekomen in (tweede) cassatie met acht middelen. In het derde middel wordt erover geklaagd dat het Hof art. 8:31 Awb onjuist heeft toegepast door de schending van art. 8:42 Awb enkel middels een procedurele sanctie, als ziende op de bewijslastverdeling, af te doen. De A-G meent echter dat het Hof die ruimte wel had, zodat dit middel faalt. Weliswaar kan een rechter aan een bepaalde schending van de verplichting om alle op de zaak betrekking hebbende stukken over te leggen, het verstrekkende gevolg van vernietiging van de beschikking verbinden, maar er zijn ook andere sancties mogelijk, zoals een voor belanghebbende gunstigere verdeling van de bewijslast. De keuze is aan het Hof en kan in cassatie maar beperkt worden getoetst op begrijpelijkheid van de door een hof voor zijn keuze gegeven motivering. Het zevende middel ziet op schending van de onschuldpresumptie. Belanghebbende stelt dat het sepot door het Openbaar Ministerie deze aansprakelijkstelling voorkomt. De A-G merkt dienaangaande op dat de redenen om hier over te gaan tot sepot niet blijken uit het beschikbare procesdossier. In het algemeen geldt dat er verschillende redenen kunnen zijn om te seponeren, zoals de te lage prioriteit van de strafzaak of de voorkeur van de Belastingdienst om alsnog af te doen met een boete. Ook zou het kunnen gaan om bewijsproblemen bij het strafrechtelijk vereiste van opzet hetgeen meer is dan grove schuld bij beboeting, zoals in casu. Dit laatste blijft hierbij volgens de A-G dus open staan. Het lijkt de A-G onwaarschijnlijk dat in het sepot te kennen gegeven zou zijn dat is geseponeerd omdat zou zijn komen vast te staan dat belanghebbende of haar B.V. geen enkel verwijt treft. Dat is in het algemeen ongebruikelijk en lijkt de A-G hier niet in de rede te liggen gezien de vastgestelde feiten. Een schriftelijke kennisgeving van sepot moet, naar de A-G veronderstelt, zijn verzonden aan belanghebbende en/of haar B.V. Die heeft belanghebbende echter niet overgelegd. Het gaat materieel volgens de A-G nog verder, omdat belanghebbende, op wie hier stelplicht rust, niet gesteld heeft dat en met name hoe, een te omschrijven redengeving voor het sepot in de weg zou staan aan de constatering dat hier sprake is van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Belanghebbende heeft zijns inziens geen feiten en omstandigheden aangevoerd die de gevolgtrekking kunnen rechtvaardigen dat het door de Ontvanger ingenomen standpunt en het oordeel van het Hof met betrekking tot de onderhavige naheffingsaanslagen of de vergrijpboete, in strijd met artikel 6, tweede lid, van het EVRM, twijfel zou oproepen over de juistheid van de gronden van het sepot. De overige middelen, met name ziende op motiveringsklachten, kunnen evenmin tot cassatie leiden, zodat de conclusie ertoe strekt dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:252 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:643 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:874 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:29 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:1182 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2982 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:3041 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1996:AA2060 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2004:AO4778 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:530 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3602 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:1515 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT6018 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT6017 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BR7038 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:2149 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:958 ★★★★
Gerelateerd ECLI:CE:ECHR:2013:0712JUD002542409 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:3600 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:740 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BR7038 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BL0202 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:2722 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BK1519 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2001:AB2053 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBBRE:2011:BQ3309 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2011:BQ0540 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:10 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2016:419 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1995:AA3054 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2018:515 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:1165 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBZWB:2013:5880 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:198 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2018:1167
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:285
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:284