Parket bij de Hoge Raad, 19-03-2019 / 18/00699


ECLIECLI:NL:PHR:2019:514
Datum19-03-2019
InhoudsindicatieOverschrijding redelijke termijn bij betekening verstekvonnis. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2008:BD2578 t.a.v. overschrijding van de redelijke termijn doordat het OM bij de ex art. 366 Sv voorgeschreven betekening van een verstekmededeling niet de nodige voortvarendheid heeft betracht. Het bij verstek gewezen vonnis van Pr dateert van 7-4-2014. Op 5-4-2017 is de mededeling uitspraak aan verdachte in persoon uitgereikt. Hof heeft geoordeeld dat geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn bij de betekening van de verstekmededeling na het vonnis van de Pr van 7-3-2014. Daarbij heeft Hof in aanmerking genomen dat het niet onnodig lang heeft geduurd voordat verdachte met het vonnis van de Pr bekend raakte, gelet op het feit dat verdachte vanaf 28-9-2012 tot 23-2-2017 niet op enig adres stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Dat oordeel is niet begrijpelijk, reeds in aanmerking genomen dat niet blijkt dat binnen een jaar na de uitspraak van de Pr een verstekmededeling is betekend. HR doet de zaak om doelmatigheidsredenen zelf af en vermindert door Hof opgelegde gevangenisstraf van drie maanden met een week. Samenhang met 18/00697.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BM3638 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2001:ZD2099 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2010:BL1485 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:113 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:708
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2019:708