Rechtbank Breda, 16-10-2012 / 11/870


ECLIECLI:NL:RBBRE:2012:BY2089
Datum16-10-2012
InhoudsindicatieWOZ en immateriŽle schadevergoeding. De waarde van de woning is volgens de rechtbank niet te hoog vastgesteld. Het beroep is daarmee ongegrond. Sinds de ontvangst van het bezwaarschrift zijn ten tijde van de onderhavige uitspraak ruim 2,5 jaar verstreken. Vermoeden dat de redelijke termijn in bezwaar en beroep is overschreden, gelet op de fasen van de procedure met de daarbij behorende tijdsduren. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de gemeente niet kan worden veroordeeld tot vergoeding van immateriŽle schade aan belanghebbende aangezien de wettelijk toegestane termijn voor het doen van uitspraak op bezwaar niet is overschreden. Met overeenkomstige toepassing van artikel 8:73, tweede lid, van de Awb heropent de rechtbank het onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over de immateriŽle schadevergoeding en merkt de Minister van Veiligheid en Justitie aan als partij in die procedure.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AT8945 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARN:2012:BX7765 ★★