Rechtbank Den Haag, 01-10-2015 / AWB - 15 _ 2284


ECLIECLI:NL:RBDHA:2015:11852
Datum01-10-2015
InhoudsindicatieVoor zover het bezwaar is gericht tegen de aanslag is de rechtbank van oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij de Nederlandse taal onvoldoende beheerst en dat hij, zo dit al zou moeten worden aangenomen, niet in staat is geweest zich tijdig door een deskundige te laten bijstaan. Voor de stelling van eiser dat hij slechts als katvanger door derden zou zijn misbruikt is ook geen begin van bewijs aangedragen. Voor zover het bezwaar is gericht tegen de verzuimboete stelt de rechtbank voorop dat de niet-ontvankelijkheid daarvan slechts kan worden uitgesproken indien kan worden gesteld dat de stelling van eiser dat een eventuele termijnoverschrijding niet aan hem is toe te rekenen, onjuist is. De bewijslast rust derhalve op de inspecteur. Met hetgeen verweerder heeft aangevoerd heeft hij naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de op hem rustende bewijslast.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5080 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:PHR:2014:521 ★★★