Rechtbank Den Haag, 19-04-2018 / AWB - 17 _ 2339


ECLIECLI:NL:RBDHA:2018:5116
Datum19-04-2018
InhoudsindicatieVoor het jaar 2011 heeft eiseres een verlies aangegeven van 1.608.530, waarin begrepen de afwaardering van een vordering op een groepsmaatschappij 1.513.872. Verweerder laat de afwaardering niet in aftrek toe. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank oordeelt op feitelijke gronden dat eiseres het bestaan van de afgewaardeerde vorderingen niet aannemelijk heeft gemaakt. Aan een oordeel over de zakelijkheid van de vorderingen komt de rechtbank niet meer toe. Het beroep is daarom ongegrond. Wel oordeelt de rechtbank dat de bezwaarfase te lang heeft geduurd en eiseres daarom recht heeft op een vergoeding van immateriŽle schade van 500.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5046 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★