Rechtbank Den Haag, 19-03-2019 / 09/766010-15


ECLIECLI:NL:RBDHA:2019:2727
Datum19-03-2019
InhoudsindicatieFaillissementsfraude. De rechtbank heeft vastgesteld dat sprake was van een katvangersconstructie. Door het aanstellen van een zogenaamde katvanger kan de verdachte zijn (in strafrechtelijke zin) wettelijke verplichtingen als bestuurder echter niet ontlopen (ECLI:NL:GHARL:2015:6296). Doordat hij het eigendom en het directeurschap van zijn BVs heeft overgedragen aan een katvanger, wetende dat er een forse schuldenpositie was, was de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook daarna nog (mede)verantwoordelijk voor het bewaren van de administratie en het geven van inlichtingen. Overschrijding van de redelijke termijn. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden. De rechtbank heeft hierbij rekening gehouden met de gewijzigde, meer gunstige strafmaxima van artikel 344a Sr. Verwerping verweer ten aanzien van de geldigheid van de dagvaarding. Verwerping verweren ten aanzien van de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie met betrekking tot de overschrijding van de redelijke termijn, het Zwolsman-criterium en het Karman-criterium. Verwerping verweer dat dat de verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging omdat het bewezenverklaarde niet aan de huidige delictsomschrijvingen van faillissementsfraude voldoet en derhalve niet strafbaar is. Verwerping van het beroep op avas.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2014:477 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHARL:2015:6296