Rechtbank Gelderland, 28-11-2018 / AWB - 17 _ 1708


ECLIECLI:NL:RBGEL:2018:5076
Datum28-11-2018
InhoudsindicatieWet afdrachtsvermindering onderwijs (WVA): de afdrachtsvermindering is van toepassing met betrekking tot de werknemer die de beroepspraktijkvorming (BPV) volgt van de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding in de zin van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB). In geschil is primair of de opleiding die door eiseres is verzorgd een beroepsopleiding is in de zin van de WEB. Subsidiair is in geschil of de deelnemers de beroepspraktijkvorming hebben gevolgd die hoort bij de beroepsbegeleidende leerweg van een beroepsopleiding in de zin van de WEB. De rechtbank neemt als toetsingskader het arrest van de Hoge Raad van 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:38 en het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2436. Rechtbank: uit het arrest van de Hoge Raad van 22 september 2017 volgt dat moet worden beoordeeld of de betreffende werknemers van eiseres daadwerkelijk de BPV hebben gevolgd van een beroepsopleiding in de zin van de WEB. De bewijslast daarvoor rust op eiseres. Indien een certificaat of diploma is uitgereikt als bedoeld in de artikelen 7.2.3. respectievelijk 7.4.6 van de WEB, volstaat dat voor het bewijs dat een werknemer (het betreffende deel van) de opleiding heeft gevolgd, tenzij verweerder het tegendeel bewijst. De conclusie van de rechtbank is dat de schoolverklaringen van [H] geen certificaat zijn in de zin van de WEB en dat deze verklaringen in dit geval ook overigens geen bewijskracht hebben. Gezien die conclusie is de rechtbank van oordeel dat het haar vrij staat om in dit geval inhoudelijk te toetsen of het bij eiseres uitgevoerde opleidingstraject kan worden aangemerkt als (een deel van) de beroepspraktijkvorming van de Crebo-opleiding 90532. Alleen indien dat aannemelijk is, kan sprake zijn van recht op afdrachtvermindering op grond van de WVA. De rechtbank is van oordeel dat eiseres dit niet aannemelijk heeft gemaakt. In de kern komt het oordeel erop neer dat de rechtbank geen voldoende verband kan leggen tussen het door de deelnemers bij eiseres gevolgde opleidingstraject en het kwalificatiedossier van de Crebo-opleiding, terwijl bovendien niet aannemelijk is dat het aantal jaarlijks vereiste en overeengekomen opleidingsuren is behaald. Eiseres heeft dus geen recht op de geclaimde afdrachtsverminderingen, zodat de naheffingsaanslagen in stand blijven. De rechtbank vernietigt wel de opgelegde verzuimboetes in verband met een pleitbaar standpunt. Het verzoek om integrale proceskostenvergoeding is afgewezen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:38 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:2436 ★★★★★