Rechtbank Midden-Nederland, 26-02-2013 / 16-650015-12


ECLIECLI:NL:RBMNE:2013:BZ3942
Datum26-02-2013
InhoudsindicatieOverschrijding redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Preliminair verweer. De rechtbank overweegt dat overschrijding van de redelijke termijn in beginsel niet leidt tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen (Hoge Raad 17 juni 2008, LJN: BD2578). De rechtbank is echter van oordeel dat in verband met de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak, op grond van bijzondere, bijkomende omstandigheden het voortzetten van de vervolging in strijd is met beginselen van goede procesorde.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD2578 ★★★★★