Rechtbank Midden-Nederland, 02-07-2019 / UTR - 19 _ 2016


ECLIECLI:NL:RBMNE:2019:3035
Datum02-07-2019
InhoudsindicatieVerweerder had het in de bezwaartermijn verzonden nieuwe handhavingsverzoek als bezwaar moeten aanmerken. Het verhoudt zich niet met de heroverwegingsplicht in bezwaar om dan te verlangen dat eiser nieuwe feiten of gewijzigde omstandigheden moet aandragen. Verweerder heeft bij het bestreden besluit een onjuist toetsingscriterium toegepast. De overtreding door illegale bouwactiviteiten heeft na het 'vollopen' van een eerdere dwangsom onafgebroken voortgeduurd. Verweerder moet hierin reden zien om een volgende stap in het handhavingstraject te zetten. De rechtbank heeft tot taak het geschil zo veel mogelijk definitief te beslechten en partijen hebben daar op zitting ook uitdrukkelijk om verzocht. De rechtbank voorziet daarom zelf in de zaak door een nieuwe last onder dwangsom op te leggen. Over het gebruik heeft verweerder terecht vastgesteld dat er geen overtreding meer is. Derde-partij is nu een 'rustende boer', gelet op de organisatie van het bedrijf en de feitelijke situatie waarin hij hand- en spandiensten verricht. De aard van de constructie van een 'rustende boer-eenheid' maakt wel dat met enige terughoudendheid naar de feitelijke situatie wordt gekeken en dat verweerder meer gewicht mocht toekennen aan de organisatiestructuur van het bedrijf.
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2014:6633 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2018:2217
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2017:2487
Gerelateerd ECLI:NL:RBMNE:2017:3539