Rechtbank Noord-Holland, 11-02-2019 / HAA 16/2308


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:1023
Datum11-02-2019
InhoudsindicatiePartijen houdt verdeeld de vraag of ingevolge artikel 9, eerste lid van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (hierna: WBR) de waarde van de 47 onroerende zaken ten tijde van de verkrijging op een hoger bedrag dient te worden vastgesteld dan het bedrag van de koopsom van 60.512.125. Voorts heeft eiseres verzocht om vergoeding van geleden immateriŽle schade
Recht.nl artikelWaarde in economisch verkeer bepalend voor heffing overdrachtsbelasting (12-04-2019)
Deze zaak maakt goed duidelijk dat een overdrachtsprijs van een pand en de waarde in het economisch verkeer (WEV) kunnen verschillen. Niet alleen in geval van de verkoop van een volledige portefeuille of wanneer er een lagere prijs wordt gehanteerd omwille van een snelle verkoop, ook bij overdrachten tussen gelieerde partijen (zoals familieleden of zakenpartners) kan een 'zachte' prijs worden gehanteerd. Voor de heffing van de overdrachtsbelasting moet desondanks altijd worden uitgegaan van de (hogere) WEV.
> WEV bepalend voor heffing overdrachtsbelasting (CMweb.nl)
TijdschriftartikelRechtbank Noord-Holland 11-02-2019
RN 2019/39
Waarde van onroerende zaken ten tijde van de verkrijging
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:199 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:2875 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2017:439 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1996:AA1902 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF4925
Gerelateerd ECLI:NL:GHLEE:2001:AB3157