Rechtbank Noord-Holland, 05-03-2019 / AWB - 18 _ 2025


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:1727
Datum05-03-2019
InhoudsindicatieBij besluit van 6 april 2017 heeft verweerder het Nederlanderschap ingetrokken. Op grond van artikel 14, eerste lid, van de RWN kan Onze Minister de verkrijging of verlening van het Nederlanderschap intrekken, indien zij berust op een door de betrokken persoon gegeven valse verklaring of bedrog, dan wel op het verzwijgen van enig voor de verkrijging of verlening relevant feit. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich in de besluitvorming afdoende rekenschap heeft gegeven van de door eiser opgevoerde omstandigheden, en afdoende heeft gemotiveerd dat het algemeen belang gelegen in het op juiste gronden verlenen van het Nederlanderschap door de Nederlandse Staat heeft kunnen laten prevaleren boven het belang van eiser bij het behoud van het Nederlanderschap. Verweerder heeft aldus genoegzaam gemotiveerd gebruik te maken van zijn bevoegdheid het Nederlanderschap in te trekken.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AL8544 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2018:1298 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2016:2955 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2017:802
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2013:BZ2550