Rechtbank Noord-Holland, 05-06-2019 / AWB - 17_871


ECLIECLI:NL:RBNHO:2019:4803
Datum05-06-2019
InhoudsindicatieEiseres heeft leningen verstrekt aan een aan haar gelieerde Russische vennootschap waarop rente is betaald. In geschil is of het volledige bedrag aan rente in Nederland in de heffing van vennootschapsbelasting moet worden betrokken, of dat op een gedeelte daarvan de deelnemingsvrijstelling van toepassing is dan wel dat de ingehouden bronbelasting kan worden verrekend en zo ja, tot welk bedrag. De rechtbank oordeelt dat sprake is van een lening zodat de vergoeding daarop kwalificeert als rente en niet als dividend. Op rente is de deelnemingsvrijstelling niet van toepassing. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de Russische thin-capitalisation regels niet door middel van artikel 9 van het Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en Rusland doorwerken naar Nederland. Toepassing van de deelnemingsvrijstelling is niet aan de orde. Een (her)kwalificatie van rente als dividend op grond van de thin-capitalisation regels in Rusland kan naar het oordeel van de rechtbank ook niet worden gebaseerd op artikel 10 van het Verdrag. Dit is niet expliciet in de verdragstekst opgenomen en kan naar het oordeel van de rechtbank bij gebreke van een concrete onderbouwing met feiten en/of omstandigheden ook niet de bedoelding van de landen zijn geweest. Nu de inkomsten uit schuldvorderingen op grond van artikel 11 van het Verdrag niet in Rusland mogen worden belast, behoeft Nederland geen voorkoming van dubbele belasting te geven voor de daarop ingehouden Russische dividendbelasting. Het beroep is ongegrond. Wegens overschrijding van de redelijke termijn heeft eiseres recht op een immateriŽle schadevergoeding, een proceskostenvergoeding en vergoeding van het griffierecht.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:BX6666 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2015:660 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2013:199 ★★★★★