Rechtbank Oost-Brabant, 14-12-2015 / 15_2342


ECLIECLI:NL:RBOBR:2015:7079
Datum14-12-2015
InhoudsindicatieVerweerder heeft naar aanleiding van bezwaar alsnog besloten om handhavend op te treden tegen het bouwen in afwijking van de verleende bouwvergunning. Anders dan waar verweerder ten tijde van de beslissing op bezwaar vanuit ging, is geen sprake van een inbreuk van geringe aard en ernst. Gebleken is dat 13 tot 25,5 centimeter op het perceel van de verzoeker om handhaving is gebouwd. Het herstel vergt een veel verdergaande bouwkundige ingreep dan waarvan verweerder is uitgegaan bij de beoordeling van de evenredigheid van handhavend optreden. Heroverweging noodzakelijk. Niet valt uit te sluiten dat deze, gelet op de uitspraak van de Afdeling van 29 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3885, anders zal uitvallen. Bij die afweging de bereidheid van eiser en de verzoeker om handhaving om in onderling overleg tot afspraken over compenserende maatregelen te komen, een belangrijke rol moeten spelen. Het bewerkstelligen van het bouwen overeenkomstig de bouwvergunning heeft ingrijpende gevolgen, terwijl het geschil langs civielrechtelijke weg oplosbaar lijkt en het bestuursrecht zich minder leent voor de oplossing van tussen buren bestaande problemen. Eiser heeft ter zitting bevestigd dat hij nog steeds bereid is om op die wijze tot een oplossing te komen. Verweerder heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat, als de civielrechtelijke problemen worden opgelost en worden vastgelegd in een overeenkomst, verweerder op bestuursrechtelijk gebied alle medewerking wil verlenen om de situatie te legaliseren.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:3885 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2008:BC4684 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2016:665
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2015:2140
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2012:BW3896
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2016:665