Rechtbank Rotterdam, 03-04-2014 / ROT 13/4752


ECLIECLI:NL:RBROT:2014:2396
Datum03-04-2014
InhoudsindicatieRookverbod in horeca. Werkgever? Uit de rechtspraak volgt dat de in artikel 6 lid 2 EVRM neergelegde onschuldpresumptie met zich brengt dat op het bestuursorgaan de bewijslast rust om de overtreding aan te tonen en dat de betrokken persoon dient te profiteren van niet te verwaarlozen twijfel ter zake van bewijslevering (vgl. EHRM 23 juli 2002, EHRC 2002/88 (Janosevic); GvEA 12 september 2007, zaak T-36/05 (Coats Holdings); HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324 en ABRvS 10 juli 2013, ECLI:NL:RVS:2013:234). Naar het oordeel van de rechtbank laat dit onverlet dat de minister aan een inschrijving in het handelsregister als eenmanszaak, waarbij is opgegeven dat er meer dan één persoon werkzaam is, rechtens het vermoeden kan ontlenen dat sprake is van een werkgeversrelatie in de zin van de tabakswetgeving. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat in de tabakswetgeving een ruim materieel werkgeversbegrip wordt gehanteerd en dat het in de macht van de ondernemer ligt om zich in en uit te schrijven in het handelsregister en opgave te doen van het aantal werkzame personen. Eerst indien de ondernemer stelt en aannemelijk maakt dat een dergelijke inschrijving foutief of achterhaald is zal de minister met nader bewijs moeten komen (vgl. Rb. Rotterdam 29 augustus 2013, ECLI:NL:RBROT:2013:6601).
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BN6324 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2013:234 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2012:BW3071 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2013:6601
Gerelateerd ECLI:NL:CBB:2015:307
Gerelateerd ECLI:NL:CBB:2015:307
Gerelateerd ECLI:NL:RBROT:2015:6383