Rechtbank 's-Gravenhage, 06-04-2009 / 09-527992-07


ECLIECLI:NL:RBSGR:2009:BI1177
Datum06-04-2009
InhoudsindicatieOnder verwijzing naar de uitspraak van het Europees hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) in de zaal Salduz heeft de raadsman primair de niet ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie bepleit: Het door de raadsman gevoerde verweer kan evenwel niet slagen. Voor de beoordeling van een dergelijk verweer heeft, op zn minst tot de Hoge Raad daarover uitsluitsel heeft gegeven, te gelden hetgeen AG Knigge in zijn conclusie bij Hoge Raad 17-02-2009, LJN:BH3079, heeft gesteld. Naar het oordeel van de politierechter berust het standpunt van de raadsman op een eenzijdige uitleg van bovengenoemde conclusie. Overgaan tot bewijsuitsluiting zoals door de raadsman beoogd, zou de door Knigge in overweging 6.9 gesignaleerde ernstige tekortkoming aan de belangen van wetshandhaving en aan de belangen van de slachtoffers tot gevolg hebben. In de onderhavige zaak klemt dat laatste belang, het belang van het slachtoffer, in het bijzonder. Uit de door het slachtoffer opgestelde en ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring als ook uit de door het slachtoffer ter terechtzitting afgelegde verklaring is naar voren gekomen dat hij als gevolg van het geweldincident, zoals hierboven in de dagvaarding weergegeven, lichamelijk en geestelijk zwaar getraumatiseerd is geraakt. Op korte termijn zal hij nogmaals geopereerd moeten worden en de kansen op volledig herstel worden door de behandelende artsen laag ingeschat. Onder deze omstandigheden is het voor verdachte in positieve zin gevolg geven aan de strekking van de Salduz-uitspraak noch aan het slachtoffer noch aan de samenleving uit te leggen. In het strafproces spelen niet alleen de rechten van verdachte en zijn verdediging een rol. Een slachtoffer heeft op zn minst recht op een fair slachtoffer trial en ook de samenleving heeft recht begrijpelijke en eerlijke behandeling van alle betrokkenen bij een strafproces. Er kunnen zich naar het oordeel van de politierechter omstandigheden voordoen waaronder een afweging moet worden gemaakt tussen de rechten van een verdachte op een eerlijk proces enerzijds en de rechten van het slachtoffer en de belangen van de samenleving bij een eerlijke rechtspleging anderzijds. Die afweging hoeft niet altijd in het voordeel van verdachte uit te vallen. Een hoger rechtsbelang kan een inbreuk op de rechten van verdachte rechtvaardigen. In de onderhavige zaak doet die omstandigheid zich voor. Zo verdachte als gevolg van de wijze van opsporen al in enig belang zou zijn geschaad in de vorm van een inbreuk op zijn recht op een eerlijk proces, dan dient daaraan, gelet op het zwaarder wegend rechtbelang van het slachtoffer Ún van de samenleving, daaraan geen gevolg te worden verbonden. Met betrekking tot de vraag of in de onderhavige zaak verdachtes recht op een eerlijk proces is geschonden overweegt de politierechter het volgende. Daarnaast lijkt de raadsman geen oog te hebben gehad voor hetgeen door de AG onder de overwegingen 10.5 en 10.6 naar voren wordt gebracht met betrekking tot het effect van de uitspraak in de zaak Salduz op lopende strafzaken. De door de AG voorgestane casu´stische benadering in lopende strafzaken leidt ertoe dat het verweer van de raadsman dient te worden verworpen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2009:BH3079 ★★★★★