Rechtbank 's-Gravenhage, 08-12-2009 / AWB 07/3757


ECLIECLI:NL:RBSGR:2009:BK9182
Datum08-12-2009
InhoudsindicatieWav / distributiebedrijf I / (kernactiviteiten, verwijtbaarheid, redelijke termijn, zorgvuldig handelen, zelf in de zaak voorzien) Bij tien besluiten in primo heeft verweerder eiseres bestuurlijke boetes opgelegd van in totaal 264.000,- wegens overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De door de vreemdelingen (krantenbezorgers) verrichte werkzaamheden zijn aan te merken als kernactiviteiten van het bedrijf van eiseres. Eiseres kon dan ook worden aangemerkt als feitelijke werkgever van de vreemdelingen. Voor een drietal vreemdelingen is uit de boeterapporten onvoldoende komen vast te staan dat zij arbeid in de zin van de Wav hebben verricht ten behoeve van eiseres. Verweerder heeft eiseres dan ook ten onrechte ten aanzien van deze vreemdelingen een boete opgelegd. Er is sprake van verminderde verwijtbaarheid, gelet op de inspanningen die eiseres zich heeft getroost ter voorkoming van illegale tewerkstelling. Dit biedt grond voor matiging van de opgelegde boetes met 25%. Daarnaast heeft verweerder niet betwist dat ten aanzien van een aantal (lokale) distributeurs niet valt uit te sluiten dat zij enige controle op de identiteit van een aantal vreemdelingen hebben uitgevoerd. De controles van de identiteitsdocumenten vinden plaats op instructie van eiseres. Ten aanzien van die vreemdelingen worden de opgelegde boetes verder gematigd met 25%. Voorts bepaalt verweerder op welke wijze de doelstellingen van de Wav worden behaald. Het enkele feit dat de opdrachtnemers van eiseres, de lokale distributeurs, niet zijn beboet doet niets af aan het feit dat eiseres als werkgever van de vreemdelingen een verantwoordelijkheid heeft om te voldoen aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wav. Niet geoordeeld kan worden dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld. Ten slotte is de redelijke termijn overschreden met ruim twee jaar. Van bijzondere omstandigheden is niet gebleken. Gezien de termijn van overschrijding is een verdere vermindering van het totale boetebedrag met 5.000,- redelijk. Op het onderhavige beroep is artikel 8:72a van de Awb niet van toepassing. Omdat het in deze zaak een groot aantal besluiten in primo en eveneens een groot aantal vreemdelingen betreft ten aanzien waarvan diverse oordelen zijn gegeven, ziet de rechtbank geen ruimte om zelf in de zaak te voorzien. Beroep gegrond.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BD0191 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RBAMS:2009:BH8927