Rechtbank 's-Gravenhage, 28-07-2011 / AWB 10/4609 IB/PVV


ECLIECLI:NL:RBSGR:2011:BT2235
Datum28-07-2011
InhoudsindicatieErfpachtconstructie. Vergrijpboete. Eiser heeft de eigendom van de grond rondom de eigen woning verkocht aan (een dochter van) een bank. Vervolgens heeft die bank ten behoeve van eiser op de grond een erfpachtrecht en een opstalrecht gevestigd. Eiser betaalt de eerste 10 jaar hoge erfpachtcanons en trekt deze af. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser met deze constructie heeft beoogd om niet aftrekbare renten en aflossingen om te zetten in aftrekbare erfpachtcanons. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de fiscale gevolgen daarvan niet aanvaardbaar gezien het economische resultaat en gelet op doel en strekking van de eigenwoningregeling. De rechtbank oordeelt dat dit noopt tot een zelfstandige fiscale kwalificatie van het samenstel van de genoemde transacties. Deze zelfstandige fiscale kwalificatie houdt in dat voor de heffing van de inkomstenbelasting eiser met de bank een overeenkomst van geldlening heeft gesloten. De door de bank betaalde koopprijs dient voor de heffing van de inkomstenbelasting te worden beschouwd als het ter beschikking stellen van een geldsom. De door eiser betaalde erfpachtcanons moeten voor de heffing van de inkomstenbelasting worden beschouwd deels als aflossingen en deels als rentebetalingen. De aflossingen zijn zonder meer niet aftrekbaar. Renten en kosten van geldleningen zijn alleen aftrekbaar indien en voor zover de geldlening is aangewend voor de eigen woning. Vergrijpboete komt te vervallen. Voorwaardelijk opzet niet aannemelijk gemaakt, omdat eiser niet hoefde te twijfelen aan de deskundigheid van zijn adviseurs.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1999:AA3862 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2013:3132
Gerelateerd ECLI:NL:GHDHA:2013:3132