Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 10-11-2015 / AWB - 14 _ 7632


ECLIECLI:NL:RBZWB:2015:7179
Datum10-11-2015
InhoudsindicatieProceskostenvergoeding (integraal). Belanghebbende en haar dochterBV vormden een fiscale eenheid voor de omzetbelasting (OB). Na faillissement van de dochter werd 19% OB nageheven over het totaal van de crediteurenlijst van de curator. In bezwaar heeft belanghebbende gemotiveerd aangegeven dat daarbij fouten waren gemaakt en zijn diverse facturen overgelegd. In beroep zijn deze facturen voor de inspecteur aanleiding te constateren dat de naheffing te hoog was. De rechtbank acht het niet begrijpelijk dat de inspecteur in de uitspraak op bezwaar geen rekening heeft gehouden met die facturen en is van oordeel dat de inspecteur onrechtmatig heeft gehandeld en had moeten beseffen dat de naheffingsaanslag in beroep geen stand zou houden. Dit leidt tot het oordeel dat er redenen zijn om af te wijken van de forfaitaire proceskostenregeling, maar onvoldoende redenen voor een integrale vergoeding. De rechtbank stelt de pkv op 2.000.
TijdschriftartikelRechtbank Zeeland-West-Brabant 10-11-2015 (met noot)
Redactionele aantekening
V-N 2016/16.9
Bovenforfaitaire proceskostenvergoeding door slordige houding inspecteur in bezwaarfase
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★