Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-11-2016 / BRE - 16 _ 1373


ECLIECLI:NL:RBZWB:2016:7372
Datum24-11-2016
InhoudsindicatieBeroep niet tijdig beslissen; artikelen 4:17 en 4:19 van de Awb (dwangsom); artikel 11 van de AWR; immateriŽleschadevergoeding De heffingsambtenaar heeft na een onjuiste objectafbakening in bezwaar de WOZ-beschikking gedeeltelijk vernietigd en voor het deel dat is vernietigd een nieuwe WOZ-beschikking opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de nieuwe WOZ-beschikking rechtsgeldig is. Voorts oordeelt de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op wettelijke rente over de dwangsom nu niet is gebleken dat de heffingsambtenaar in verzuim is met de betaling van de dwangsom. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat voor de berekening van de redelijke termijn het bezwaarschrift tegen de nieuwe WOZ-beschikking als uitgangspunt dient te gelden. De vorige procedure is reeds op het moment van vernietiging tot een einde gekomen. Redelijke termijn is niet overschreden.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BO5087 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AD6058 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AE8146 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2002:AD5341 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:5382
Gerelateerd ECLI:NL:GHSHE:2017:5382