Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 24-05-2017 / BRE - 15 _ 8503


ECLIECLI:NL:RBZWB:2017:3233
Datum24-05-2017
InhoudsindicatieBRE 15/8503 t/m 15/8507 IB/PVV; OB; artikel 4 van de AWR; Belanghebbende heeft in de onderhavige jaren ventwerkzaamheden verricht in Europa. Aan belanghebbende zijn (navorderings)aanslagen IB/PVV, een naheffingsaanslag OB en vergrijpboetes opgelegd. Naar het oordeel van de rechtbank is aannemelijk dat belanghebbende in de onderhavige jaren in Nederland woonde. Bij het bepalen van de hoogte van het inkomen is de inspecteur uitgegaan van vermogensvergelijkingen. Voor zover voldoende onderbouwd, acht de rechtbank de inkomenscorrectie aannemelijk. Over n jaar is aannemelijk dat belanghebbende n daartoe te zijn uitgenodigd onjuist aangifte heeft gedaan en wordt de bewijslast omgekeerd en verzwaard. De rechtbank acht de schatting na vermindering met de twee posten waaraan de inspecteur in beroep (deels) tegemoet komt redelijk. Ten aanzien van alle onderhavige jaren is de rechtbank van oordeel dat belanghebbende te kwade trouw is en dat de inspecteur derhalve een grond voor navordering heeft. De rechtbank is van oordeel dat het aan opzet van belanghebbende is te wijten dat te weinig belasting/premie is gegeven; tevens is sprake van strafverzwarende omstandigheden die een vergrijpboete van 75% rechtvaardigen.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2005:AO9006 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2008:BC1962 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP1466 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2003:AF6486 ★★★★★