Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 02-06-2017 / BRE - 16 _ 2166


ECLIECLI:NL:RBZWB:2017:3464
Datum02-06-2017
InhoudsindicatieArtikel 3, lid 3 onderdeel c, van de Wet OB en artikel 4, lid 2, aanhef en onderdeel a, van de Wet OB (Naheffingsaanslag OB (tijdvak 4e kwartaal 2010)) Belanghebbende en zijn vennootschap (toen samen: FE) hebben op grond van het arrest Van der Steen btw ter zake de bouw van de woning als voorbelasting in aanmerking genomen. Tussen partijen is in geschil of de voorbelasting moet worden herzien en of belanghebbende ter zake van het privégebruik van de woning omzetbelasting is verschuldigd. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat belanghebbende in de periode waarin de voorbelasting in aanmerking is genomen al ondernemer was in de zin van de Wet OB. Verder oordeelt de rechtbank dat met het verhuren van de werkruimte in de woning sprake is van een ondernemingsactiviteit van belanghebbende en dat uit de administratieve handelingen is gebleken dat belanghebbende het pand tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend. De inspecteur heeft ten onrechte de voorbelasting herzien en terecht omzetbelasting ter zake van het privégebruik bij belanghebbende nageheven.
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2007:BA2802 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2011:BP2975 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BU7264 ★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:1998:AA2267 ★★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2012:BU7242 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:HR:2016:2898