Raad van State, 16-01-2007 / 200608940/1


ECLIECLI:NL:RVS:2007:AZ7564
Datum16-01-2007
InhoudsindicatieBewaring / horen in begrijpelijke taal Volgens de door een brigadier en een inspecteur van politie op onderscheidenlijk 25 en 30 oktober 2006 op ambtseed opgemaakte processen-verbaal, hebben deze verklaard dat, zowel door hen, als door de vreemdeling, de Nederlandse taal voldoende wordt beheerst. Van de juistheid van deze verklaring moet in rechte worden uitgegaan, tenzij de vreemdeling tegenbewijs heeft geleverd. Uit deze processen-verbaal blijkt dat de vreemdeling specifieke verklaringen heeft afgelegd zonder daarbij te kennen te geven dat hij vanwege taalproblemen niet of onvoldoende kan verklaren. Gelet hierop, zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel, dat zijn beheersing van het Nederlands zodanig gebrekkig was dat hij niet of onvoldoende in staat was de gestelde vragen te beantwoorden en dat hij zich daarom voorafgaande aan zijn inbewaringstelling niet genoegzaam heeft kunnen doen horen. Dat de rechtbank ter zitting heeft vastgesteld dat de vreemdeling de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, doet daaraan op zichzelf niet af.
TijdschriftartikelRaad van State, 16-01-2007, 200608940/1
ABKort 2007/68
Horen in begrijpelijke taal.
TijdschriftartikelRaad van State, 16-01-2007, 200608940/1 (met noot)
I. Sewandono
AB 2007/68
Omvang geschil; ambtsedig proces-verbaal.
TijdschriftartikelRaad van State, 16-01-2007, 200608940/1
«JV» 2007/95
Tolken. Vreemdelingenbewaring, onttrekkingsgevaar. Bewijslast.
Gerelateerd ECLI:NL:RBROE:2008:BD1941
Gerelateerd ECLI:NL:RBNHO:2015:4659
Gerelateerd ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ6391
Gerelateerd ECLI:NL:RBSHE:2012:BW2962
Gerelateerd ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8956
Gerelateerd ECLI:NL:RBROE:2008:BG3045