Rechtbank Midden-Nederland, 14-03-2017 / AWB - 16 _ 5251


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:1600
Datum14-03-2017
InhoudsindicatieVerweerder heeft geweigerd om handhavend op te treden tegen een erfafscheiding. De rechtbank is van oordeel dat verweerder terecht de hoogte van de erfafscheiding heeft gemeten volgens de in het bestemmingsplan voorgeschreven wijze van meten. Voor het bepalen van de hoogte van de erfafscheiding op het perceel van derde-partij dient te worden uitgegaan van het maaiveld op dit perceel. Uit de resultaten van de opmeting blijkt dat de gerealiseerde erfafscheiding binnen de maten van de vergunning blijft en dat dus de erfafscheiding, afgezien van het groen, conform de verleende omgevingsvergunning is uitgevoerd. De aanvraag voor het bouwen viel binnen het bestemmingsplan en verweerder was gehouden gelet op het limitatief imperatieve stelsel van verlening van bouwtoestemming, de vergunning te verlenen. Tegen die achtergrond was er geen juridische mogelijkheid om begroeiing af te dwingen. Er is geen sprake van een overtreding, zodat verweerder dan ook niet bevoegd was om handhavend op te treden.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2001:AB1238 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2015:826