Rechtbank Midden-Nederland, 27-06-2017 / UTR 16 / 2192


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:3194
Datum27-06-2017
InhoudsindicatiePlanschadeverzoek uitbreiding bungalowpark t Eekhoornnest te Soest Samenvatting: Bepalend voor wat het nieuwe bestemmingsplan mogelijk maakt zijn de planregels en niet een brochure. Vaststaat dat onder het oude planologische regime de realisatie van maximaal 42 recreatiewoningen mogelijk was op het bungalowpark, die niet konden worden opgesplitst in woonunits. Op 8 maart 2012 is het nieuwe bestemmingsplan Recreatiebedrijven 2011 in werking getreden. Het geschil spitst zich toe op de interpretatie van artikel 4.2.2, onder a, van de planregels van het nieuwe bestemmingsplan. Naar het oordeel van de rechtbank moeten de leden van artikel 4.2.2 van de planregels in onderlinge samenhang worden gelezen. Op grond van artikel 4.2.2, onder a, van de planregels mag de gezamenlijke hoeveelheid voor verblijfsrecreatie bestemde gebouwen niet meer dan 71 bedragen. Onder voor verblijfsrecreatie bestemde gebouwen vallen gelet op de daarop volgende leden, de recreatiebungalow (onder b tot en met f) en de stacaravan (onder g). Recreatiebungalows zijn volgens de definitie in artikel 1.22, van de planregels bedoeld om te worden gebruikt door uitsluitend één huishouden of daarmee gelijk te stellen groep personen. Een stacaravan is, gelet op de definitie daarvan in artikel 1.24, van de planregels en gelet op de afmeting, ook slechts bedoeld voor gebruik door uitsluitend één huishouden of daarmee gelijk te stellen groep personen. Het op grond van artikel 4.2.2, onder a, van de planregels maximaal te bouwen aantal voor verblijfsrecreatie bestemde gebouwen van 71, kan daarom niet worden gebruikt als groepsaccomodatie en/of worden opgesplitst in woonunits. Dit betekent dat onder het nieuwe planologische regime maximaal 71 voor verblijfsrecreatie bestemde gebouwen, bestaande uit recreatiebungalows dan wel stacaravans, zijn toegestaan op het bungalowpark die niet verder kunnen worden opgesplitst. In het kader van de vergelijking tussen het oude en het nieuwe planologische regime, maakt het nieuwe planologische regime dus een toename van maximaal 29 voor verblijfsrecreatie bestemde gebouwen mogelijk. De door vergunninghouder overgelegde rapporten van Adviesbureau Haver Droeze (AHD) over de gevolgen van de planologische wijziging voor verkeersdrukte, en Econsultancy over de gevolgen van de toename van het aantal verkeersbewegingen voor de geluidshinder, kunnen de conclusie van verweerder dat geen sprake is van een waarneembare toename van de geluidsbelasting dragen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat door AHD is uitgegaan van een intensiever gebruik van de ontsluitingsweg (waar eisers aan wonen) dan het nieuwe planologische regime toestaat, door de mogelijkheid van opsplitsing in twee woonunits in de berekening te verdisconteren. Uit het onderzoek blijkt van een maximale toename van 2,4 dB(A) indirecte geluidhinder. Dit is geen waarneembare toename zodat verweerder het planschadeverzoek van eisers terecht heeft afgewezen.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2012:BV7254 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:4690 ★★★