Rechtbank Midden-Nederland, 15-06-2017 / 5698740 UT VERZ 17-1176


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:3261
Datum15-06-2017
InhoudsindicatieArtikel 4:194a BW. Verzoek afgewezen.
TijdschriftartikelRechtbank Midden-Nederland 15-06-2017
RN 2017/81
Aanvaarding nalatenschap. Wanneer is sprake van een onbekende schuld in de zin van art. 4:194a BW?
TijdschriftartikelRechtbank Midden-Nederland 15-06-2017 (met noot)
E.M.A. van Amersfoort
TE 2017, afl. 5, p. 100
Verzoek machtiging beneficiaire aanvaarding ex artikel 4:194a BW.
TijdschriftartikelVormt een PGB-schuld van erflater een onbekende schuld in de zin van art. 4:194a lid 1 en 2 BW?
T.J. Mellema-Kranenburg
JBN 2018/23
Door de Wet bescherming erfgenamen tegen schulden (Wet BETS), die op 1 september 2016 in werking is getreden, is aan Boek 4 art. 4:194a BW toegevoegd. Door deze bepaling wordt beoogd een erfgenaam die na zuivere aanvaarding bekend wordt met een schuld van de nalatenschap, die hij niet kende en ook niet behoorde te kennen, te beschermen. Hij kan dan indien hij drie maanden na de ontdekking alsnog het verzoek daartoe doet door de kantonrechter gemachtigd worden alsnog beneficiair te aanvaarden (lid 1) dan wel wanneer de schuld pas bekend wordt na verdeling of vereffening, de kantonrechter verzoeken hem te ontheffen van zijn verplichting de schuld uit eigen vermogen te voldoen (lid 2). De bescherming die aan deze erfgenaam geboden wordt tegen onverwachte schulden geldt slechts voor uitzonderlijke gevallen (Kamerstukken II 2014/15, 34224, nr. 3). In de uitspraak van de Rb. Midden-Nederland 15 juni 2017 moest de kantonrechter beoordelen of hier sprake was van zon uitzonderlijke situatie.