Rechtbank Midden-Nederland, 08-06-2017 / UTR - 17 _ 333


ECLIECLI:NL:RBMNE:2017:4745
Datum08-06-2017
InhoudsindicatieTussenuitspraak, toeslagen, zorgtoeslag, kindgebonden budget, huurtoeslag, bijzondere omstandigheden, buiten toepassing laten artikel 9, tweede lid, Awir, belang van het kind Artikel 9, tweede lid, Awir, artikel 14 EVRM Samenvatting: Tussenuitspraak: Aan de hand van de aangevoerde omstandigheden moet worden beoordeeld of de uitsluiting van de in geding zijnde tegemoetkomingen in een redelijke, proportionele verhouding staat tot het hiervoor omschreven legitieme doel. Het onthouden van toeslagen aan een Nederlander kan onder zeer bijzondere omstandigheden in een concreet geval in strijd zijn met artikel 14 van het EVRM, in welk geval artikel 9, tweede lid, van de Awir, gelet op artikel 94 van de Grondwet, buiten toepassing moet worden gelaten. In dit geval heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de door eiser aangevoerde omstandigheden niet zo zeer bijzonder zijn dat deze in het concrete geval er niet toe dienen te leiden dat artikel 9, tweede lid, van de Awir buiten toepassing moet worden gelaten. Daarbij merkt de rechtbank op dat het te meer van belang is dat een beoordeling van eisers concrete situatie plaatsvindt, aangezien de vraag voorligt of van hem gevergd kan of kon worden om zijn echtgenote het huis uit te zetten om aanspraak te blijven maken op toeslagen. In dat verband is zowel zijn eigen psychische situatie als de situatie en het belang van zijn zoon relevant, die gelet ook op zijn medische situatie een belang heeft om in aanwezigheid van beide ouders op te groeien. De rechtbank stelt verweerder in de gelegenheid het gebrek te herstellen.
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2014:3788 ★★★★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2013:BZ3350 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2013:BZ3347 ★★
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2017:699
Gerelateerd ECLI:NL:RVS:2009:BJ3425