Rechtbank Rotterdam, 24-06-2015 / C/10/462080 / HA ZA 14-1070


ECLIECLI:NL:RBROT:2015:5033
Datum24-06-2015
InhoudsindicatieDeze zaak gaat over de vraag of de failliet een opeisbare vordering uit hoofde van een leningsovereenkomst heeft op de gedaagde partij. De vraag of de vordering opeisbaar is wordt beantwoord aan de hand van de Haviltex-maatstaf en artikel 6:248 lid 1 BW. Vervolgens komt aan de orde of de gedaagde partij de lening heeft terugbetaald voorafgaand aan het faillissement van de failliet. De rechtbank is van oordeel dat het tegenbewijs tegen een schriftelijke verklaring van de failliet aan de gedaagde partij dat de lening is terugbetaald voorshands is geleverd, en draagt de gedaagde partij op te bewijzen dat de lening is terugbetaald.