Centrale Raad van Beroep, 22-12-2006 / 04-6684 WAO


ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5910

Inhoudsindicatie
WAO-Schatting.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2006-12-22
Publicatiedatum
2007-01-11
Zaaknummer
04-6684 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

04/6684 WAO


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant] (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 15 oktober 2004, 04-998 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 22 december 2006


I. PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. R.M. Berendsen, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2006, waar appellant met bericht van verhindering niet is verschenen. Het Uwv heeft zich doen vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.


II. OVERWEGINGEN


De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak als haar oordeel gegeven dat het Uwv terecht en op goede gronden de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering met ingang van 2 april 2002 heeft herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. Zij heeft daartoe de juistheid onderschreven van het aan het bestreden besluit van 18 december 2002 ten grondslag liggende standpunt dat appellant, uitgaande van de door de verzekeringsarts J.D. van de Nieuwegiessen ten aanzien van hem vastgestelde beperkingen per 2 april 2002, in staat was met de hem voorgehouden functies een zodanig inkomen te verdienen dat het verlies aan verdiencapaciteit 44,36% bedraagt.


In hoger beroep is aangevoerd dat in het belastbaarheidspatroon onvoldoende rekening is gehouden met de klachten van appellant. Ter ondersteuning is gewezen op informatie van behandelend orthopedisch chirurg S.J. Ham en internist-nefroloog J.O. Groeneveld. Voorts is aangevoerd dat de functies inpakker en haringinlegger gelet op de actualiseringsdatum niet kunnen worden meegenomen in de beoordeling, waardoor er slechts één functie resteert voor de schatting.


De Raad overweegt als volgt.


Voor wat betreft het medische gedeelte kent de Raad evenals de rechtbank doorslaggevende betekenis toe aan de rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen. Naar het oordeel van de Raad is het onderzoek zorgvuldig en weloverwogen geweest, is alle informatie uit de behandelende sector meegewogen en is in het belastbaarheidspatroon in voldoende mate rekening gehouden met de klachten van appellant. De Raad stelt in dat kader vast dat de bezwaarverzekeringsarts W.A. Faas in zijn rapportages van 18 oktober 2002 en 16 januari 2004 afdoende heeft gemotiveerd waarom de informatie van de behandelaars, te weten die van orthopedisch chirurg Ham, internist-nefroloog Groeneveld en cardioloog G.J. Laarman, geen aanleiding heeft gegeven om de beperkingen anders vast te stellen dan door de verzekeringsarts Van de Nieuwegiessen reeds is aangegeven.


De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, evenmin grond om ervan uit te gaan dat de door de bezwaararbeidsdeskundige J.G. Spaa aan appellant voorgehouden functies voor hem in medisch opzicht niet geschikt zouden zijn. De Raad merkt evenwel op dat de functie wikkelaar (Fb-code 8535) dient te vervallen in verband met wisselende diensten. Dit leidt niet tot een relevante wijziging in de mate van arbeidsongeschiktheid, nu er nog voldoende functies resteren voor de schatting en de arbeidsongeschiktheidsuitkering ongewijzigd blijft berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.


Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.


(get.) J.W. Schuttel.


(get.) J.E.M.J. Hetharie.