Centrale Raad van Beroep, 06-06-2008 / 07-186 WAO


ECLI:NL:CRVB:2008:BD3734

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om herziening op grond van evidente onjuistheid en foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie. Geen nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2008-06-06
Publicatiedatum
2008-06-12
Zaaknummer
07-186 WAO
Procedure
Herziening



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

07/186 WAO


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 8 december 2006, 03/3853 WAO, in het geding tussen:


[verzoekster] (hierna: verzoekster)


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)


Datum uitspraak: 6 juni 2008


I. PROCESVERLOOP


Mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, heeft namens verzoekster verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 8 december 2006, 03/3853 WAO.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 4 april 2008.

Mr. De Jonge is verschenen voor verzoekster.

Het Uwv was vertegenwoordigd door drs. J. Hut.


II. OVERWEGINGEN


1. Verzoekster heeft verzocht om "herziening op grond van evidente onjuistheid en foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie". Verzoekster is van mening dat haar aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. De gronden van het verzoek zijn uiteengezet in het aanvullende verzoekschrift van 22 maart 2007.


2.1. De Raad overweegt dat de door de gemachtigde van verzoekster gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


2.2. De Raad heeft echter in het aanvullende verzoekschrift geen nieuw feit of nieuwe omstandigheid als bedoeld in van artikel 8:88 van de Awb kunnen ontwaren. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.


3. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Wijst het verzoek om herziening af.


Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen als voorzitter en J. Brand en I.M.J. Hilhorst Hagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier, uitgesproken in het openbaar op 6 juni 2008.


(get.) J. Janssen.


(get.) M.C.T.M. Sonderegger.



SSw