Centrale Raad van Beroep, 10-12-2008 / 06-7049 WAO


ECLI:NL:CRVB:2008:BG8543

Inhoudsindicatie
Beëindiging WAO-uitkering i.v.m. het bereiken van de 65-jarige leeftijd. Het Uwv is niet bevoegd een beslissing te nemen over de aanspraak op ouderdomspensioen krachtens de AOW. Appellant dient zich ter zake van de hoogte van zijn AOW-pensioen en de duur van zijn verzekering krachtens die wet te wenden tot de Sociale verzekeringsbank.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2008-12-10
Publicatiedatum
2008-12-30
Zaaknummer
06-7049 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

06/7049 WAO


Centrale Raad van Beroep



Enkelvoudige kamer



U I T S P R A A K



op het hoger beroep van:


[Appellant], wonende te [woonplaats] (Duitsland), (hierna: appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 november 2006, 05/3950 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 10 december 2008


I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Op 24 oktober 2008 is ter griffie ingekomen een brief van appellant. Het Uwv heeft daarop gereageerd bij faxbericht van 28 oktober 2008.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2008. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door M.J. Lagerweij.


II. OVERWEGINGEN


1.1. Bij besluit van 25 mei 2005 heeft het Uwv aan appellant medegedeeld dat zijn uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 1 oktober 2005 zal worden beëindigd, omdat appellant in die maand de 65-jarige leeftijd zal bereiken.


1.2. Het door appellant tegen dat besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 11 juli 2005 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard.


2. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen, waarbij appellant als eiser en het Uwv als verweerder is aangeduid:

“Ingevolge artikel 49, eerste lid, van de WAO, neemt de arbeidsongeschiktheidsuitkering een einde met ingang van de eerste dag van de maand, waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt.De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is tussen partijen dat eiser op 14 oktober 2005 de 65-jarige leeftijd heeft bereikt, zodat verweerder op goede gronden heeft beslist dat de WAO-uitkering met ingang van 1 oktober 2005 een einde heeft moeten nemen. Voorts stelt de rechtbank vast dat eisers grieven, wat daarvan zij, buiten de reikwijdte van het onderhavige geschil vallen. Voor zover het beroep dient te worden opgevat als een uitkeringsaanvraag op grond van de AOW, merkt de rechtbank op dat eiser in het besluit van 25 mei is verzocht zich hiertoe te wenden tot de Duitse verzekeringsinstantie.”


3.1. De Raad kan zich geheel verenigen met dit oordeel van de rechtbank. Hetgeen door appellant in hoger beroep is aangevoerd vermag de Raad niet tot een ander oordeel te brengen. Naar aanleiding van de opmerkingen van appellant over de jaren waarin hij al dan niet verzekerd is geweest ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW), merkt de Raad nog op dat het Uwv niet bevoegd is een beslissing te nemen over de aanspraak op ouderdomspensioen krachtens de AOW. Appellant dient zich ter zake van de hoogte van zijn AOW-pensioen en de duur van zijn verzekering krachtens die wet te wenden tot de Sociale verzekeringsbank.


3.2. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet kan slagen en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. Beslist wordt mitsdien als volgt.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries. De beslissing is, in tegenwoordigheid van

J. Waasdorp als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 december 2008.



(get.) T.L. de Vries.



(get.) J. Waasdorp.



IJ