Centrale Raad van Beroep, 29-01-2009 / 07-4296 ANW


ECLI:NL:CRVB:2009:BH2727

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om een ANW-uitkering. Nu gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden vrijwillig was verzekerd als bedoeld in artikel 63 van de ANW, is terecht geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een uitkering ingevolge de ANW.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2009-01-29
Publicatiedatum
2009-02-12
Zaaknummer
07-4296 ANW
Procedure
Hoger beroep

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

07/4296 ANW


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 juni 2007, 06/3476 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).


Datum uitspraak: 29 januari 2009


I. PROCESVERLOOP


Appellante heeft hoger beroep ingesteld.


De Svb heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2008. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.


II. OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1. Appellante woont in Marokko. Haar echtgenoot, die eveneens woonachtig was in Marokko, is [in] 2005 overleden.


1.2. Appellante heeft een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aangevraagd. Op het aanvraagformulier heeft zij aangegeven dat haar echtgenoot geen uitkering uit Nederland ontving, hij niet volgens Marokkaanse wetgeving verzekerd was en dat hij in Nederland niet vrijwillig verzekerd is geweest.


1.3. Bij besluit van 20 februari 2006 heeft de Svb de aanvraag afgewezen op de grond dat de echtgenoot van appellant op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was voor de ANW en voorts dat appellante ook op grond van internationale regelingen niet in aanmerking komt voor een ANW-uitkering.


1.4. Bij besluit op bezwaar van 2 mei 2006 (hierna: bestreden besluit) heeft de Svb het besluit van 20 februari 2006 gehandhaafd en het tegen dat besluit ingediende bezwaar ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat, nu niet in geschil is dat de echtgenoot van appellante op de dag van zijn overlijden niet woonachtig of werkzaam was in Nederland, hij op de datum van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge artikel 13 van de ANW. Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 13a van de ANW in combinatie met artikel 22 van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering bestaat. Evenmin is de echtgenoot van appellante vrijwillig verzekerd geweest. De niet nader onderbouwde stelling van appellante dat mogelijk aan haar echtgenoot alsnog een WAO-uitkering wordt toegekend en dat in dat geval het inkomen hoger zal zijn dan 35% van het in Nederland geldende minimumloon, heeft de rechtbank niet tot een ander oordeel gebracht.


3. De Raad kan zich verenigen met het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In hoger beroep heeft appellante - niet nader onderbouwd - aangevoerd dat haar echtgenoot in leven een WAO-uitkering ontving van een bedrag hoger dan 35% van het minimumloon. De Raad merkt dienaangaande op dat, afgezien van het feit dat van een aan de echtgenoot toegekende WAO-uitkering in het geheel niets is gebleken, een dergelijke uitkering sedert 1 januari 2000 niet meer leidt tot een (verplichte) verzekering voor de volksverzekeringen. Nu gesteld noch gebleken is dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden vrijwillig was verzekerd als bedoeld in artikel 63 van de ANW, is terecht geoordeeld dat appellante geen recht heeft op een uitkering ingevolge de ANW.


4. Het hoger beroep kan derhalve niet slagen. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.


5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W. Altenaar als griffier, uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2009.


(get.) H.J. de Mooij.


(get.) W. Altenaar.


Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.


OA