Centrale Raad van Beroep, 20-05-2011 / 10-4669 WIA


ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6898

Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring beroep. Geen procesbelang.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-05-20
Publicatiedatum
2011-06-07
Zaaknummer
10-4669 WIA
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

10/4669 WIA


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 30 juni 2010, 10/489 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 20 mei 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. I.M. van den Heuvel, advocaat te Roosendaal, hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor het Uwv is verschenen drs. M.P.W.M. Wiertz.


II. OVERWEGINGEN


1.1. Bij besluit van 20 oktober 2008 is appellante een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 23 december 2008 geweigerd.


1.2. Appellante heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is ongegrond verklaard bij besluit van het Uwv van 3 februari 2009. Hangende het beroep, ingesteld tegen dat besluit, heeft het Uwv bij besluit van 23 oktober 2009 alsnog met ingang van 23 december 2008 een uitkering op grond van de Inkomensverzekering voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA-uitkering) toegekend.


1.3. Bij besluit van 27 juli 2009 is appellante medegedeeld dat haar verzoek om terug te komen van het besluit van 20 oktober 2008 wordt afgewezen omdat niet gebleken is van nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. Bij beslissing op bezwaar van 17 december 2009 is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 27 juli 2009 ongegrond verklaard. Appellante heeft tegen het besluit van 17 december 2009 beroep ingesteld.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 17 december 2009 niet-ontvankelijk verklaard. Gelet op de toekenning van de IVA-uitkering per 23 december 2008 heeft appellante geen procesbelang meer bij de beoordeling van het bestreden besluit.


3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat zij wel degelijk belang heeft bij het voortzetten van de beroepsprocedure. Zij kan niet het risico lopen in de toekomst geconfronteerd te worden met een besluit dat formele rechtskracht heeft gekregen en waarin is bepaald dat zij niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is. De rechtbank heeft geoordeeld dat die angst geheel ongegrond is en dat standpunt niet anders gemotiveerd dan te refereren aan een opmerking ter zitting van de gemachtigde van het Uwv. Een besluit dat formele rechtskracht heeft gekregen, heeft dat ook echt en kan haar op elk moment worden tegengeworpen. Het Uwv houdt op merkwaardige en niet te verklaren volhardendheid vast aan een evident onjuist besluit.


4.1. De Raad overweegt als volgt.


4.2. Met de rechtbank is de Raad van oordeel dat appellante geen actueel procesbelang had bij het voortzetten van de behandeling van het beroep. Met het nadere besluit van 23 oktober 2009 is het Uwv volledig aan appellante tegemoet gekomen. Appellante heeft een IVA-uitkering ontvangen, die gebaseerd is op een dagloon dat vastgesteld is in overeenstemming met hetgeen zij daarover heeft aangevoerd. Met de rechtbank ziet de Raad niet in welk actueel procesbelang appellante nog zou kunnen hebben. Het besluit van 17 december 2009 heeft geen formele rechtskracht nu dat besluit is herroepen. De rechtbank heeft dan ook terecht het beroep gericht tegen het besluit van

17 december 2009 niet-ontvankelijk verklaard.


4.3. De bij schrijven van 16 maart 2011 ingebrachte stukken van de huisarts van appellante en van de appellante behandelde cardioloog hebben geen betrekking op de thans voorliggende rechtsvraag en kunnen dan ook niet tot een ander oordeel leiden.


5. Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet kan slagen. De aangevallen uitspraak dient dan ook te worden bevestigd.


6. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep:


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 mei 2011.


(get.) J.P.M. Zeijen.


(get.) N.S.A. El Hana.


KR