Centrale Raad van Beroep, 23-12-2011 / 11-3443 WAJONG


ECLI:NL:CRVB:2011:BU9908

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag Wajong-uitkering. De Raad is van oordeel dat het onderzoek door Hoencamp op zorgvuldige wijze is verricht. Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat Hoencamp ten tijde van zijn onderzoek beschikte over alle op dat moment over appellante beschikbare psychiatrische en psychodiagnostische gegevens en deze gegevens bij zijn onderzoek heeft betrokken. Over zijn bevindingen ten aanzien van de functionele mogelijkheden en beperkingen van appellante op de in geding zijnde tijdstippen heeft hij uitvoerig en inzichtelijk gerapporteerd.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2011-12-23
Publicatiedatum
2012-01-04
Zaaknummer
11-3443 WAJONG
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/3443 WAJONG


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 28 april 2011, 09/1646 (hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 23 december 2011


I. PROCESVERLOOP


Namens appellante is hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Partijen hebben nadere stukken toegezonden.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2011, waar voor appellante mr. M. Peels-Nooter, advocaat, is verschenen en waar het Uwv zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. F.A. Put.


II. OVERWEGINGEN


1. Het in dit geding aan de orde zijnde geschil wordt beoordeeld aan de hand van de artikelen van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) zoals die luidden tot 1 januari 2010.


1.2. Appellante, geboren [in] 1976, heeft in 2003, 2005 en 2006 aanvragen ingediend voor een Wajong-uitkering. Op deze aanvagen is afwijzend beslist. De desbetreffende besluiten zijn in rechte onaantastbaar geworden.


1.3. Op 18 augustus 2008 heeft appellante een nieuwe aanvraag van dezelfde strekking ingediend. Bij besluit van 26 september 2008 heeft het Uwv appellante meegedeeld niet terug te komen van de eerdere weigering een Wajong-uitkering toe te kennen omdat zij geen nieuwe feiten of gegevens heeft overgelegd die herziening van de eerdere weigering rechtvaardigen.


1.4. Ter ondersteuning van haar herhaalde aanvraag heeft appellante in de bezwaarfase een rapport van een psychodiagnostisch onderzoek uit februari 2008 toegezonden. Op basis van een daarop door het Uwv verricht verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft het Uwv alsnog aanvaard dat appellante op haar achttiende verjaardag als gevolg van ziekte of gebrek beperkingen had in het persoonlijk en sociaal functioneren. Uit daarop verricht arbeidskundig onderzoek is evenwel naar voren gekomen dat appellante met deze beperkingen nog het wettelijk minimumloon had kunnen verdienen. Om deze reden is het bezwaar van appellante tegen het besluit van 26 september 2008 door het Uwv bij besluit van 20 mei 2009 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep dat appellante heeft ingesteld tegen het besluit van 20 mei 2009 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond verklaard. De rechtbank heeft haar uitspraak onder meer gebaseerd op de uitkomst van een psychiatrisch onderzoek door prof. dr. E. Hoencamp dat in haar opdracht op 8 juli 2010 bij appellante was verricht.


3. Appellante heeft in hoger beroep een brief van dr. L.E. Goedhart, psychiater, van 23 mei 2011 toegezonden die hierin vermeldt dat appellante in mei 2011 nader psychiatrisch is onderzocht, hetgeen heeft geleid tot een beschrijvende diagnose. Gedacht wordt dat bij appellante, naast een licht verstandelijke handicap, sprake is van een chronisch psychotische stoornis. In een brief van 30 oktober 2011 is door deze psychiater als diagnose schizofrenie, paranoïde type, gesteld. Appellante meent dat de deskundige Hoencamp - en vervolgens ook de rechtbank - ten onrechte deze informatie niet heeft afgewacht. Hierdoor is haars inziens uitgegaan van onvolledige gegevens.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling van de aangevallen uitspraak.


4.1. Een bestuursorgaan is in het algemeen bevoegd om, na een eerdere afwijzing, een herhaalde aanvraag inhoudelijk te behandelen en daarbij het oorspronkelijke besluit in volle omvang te heroverwegen. Het bepaalde in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat daaraan niet in de weg. Indien het bestuursorgaan met gebruikmaking van deze bevoegdheid de eerdere afwijzing handhaaft, kan dit echter niet de weg openen naar een toetsing als betrof het een oorspronkelijk besluit. Een dergelijke wijze van toetsen zou zich niet verdragen met de dwingendrechtelijk voorgeschreven termijn(en) voor het instellen van rechtsmiddelen in het bestuursrecht. Gelet hierop dient de bestuursrechter in zulk geval uit te gaan van de oorspronkelijke afwijzing en zich in beginsel te beperking tot de vraag of sprake is van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden en, zo ja, of het bestuursorgaan daarin aanleiding had behoren te vinden om het oorspronkelijke besluit te herzien.


4.2. Ter ondersteuning van haar herhaalde aanvraag heeft appellante gewezen op het kort daarvóór bij haar verrichte psychodiagnostisch onderzoek. Dit heeft in de bezwaarfase, tezamen met het door de bezwaarverzekeringsarts verrichte onderzoek, geleid tot het aanvaarden van relevante functionele beperkingen op de datum 10 september 1993 en op één jaar vóór de eerste aanvraag in 2003. Rechtbankdeskundige Hoencamp heeft zich

- uitgaande van de tijdstippen 10 september 1993 en 28 februari 2002 - kunnen verenigen met deze functionele beperkingen zoals door de bezwaarverzekeringsarts waren beschreven en opgenomen in een functionele mogelijkhedenlijst.


4.3. Anders dan appellante stelt, is de Raad van oordeel dat het onderzoek door Hoencamp op zorgvuldige wijze is verricht. Daartoe neemt de Raad in aanmerking dat Hoencamp ten tijde van zijn onderzoek beschikte over alle op dat moment over appellante beschikbare psychiatrische en psychodiagnostische gegevens en deze gegevens bij zijn onderzoek heeft betrokken. Over zijn bevindingen ten aanzien van de functionele mogelijkheden en beperkingen van appellante op de in geding zijnde tijdstippen heeft hij uitvoerig en inzichtelijk gerapporteerd. Zijn conclusies konden daarom een deugdelijke grondslag vormen voor de oordeelsvorming van de rechtbank.


4.4. Ervan uitgaande dat de door het Uwv vastgestelde functionele mogelijkheden van appellante op de in geding zijnde data juist zijn, kan naar het oordeel van de Raad niet worden gezegd dat het Uwv niet in redelijkheid tot zijn bestreden besluit heeft kunnen komen dan wel daarbij anderszins heeft gehandeld in strijd met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of met een algemeen rechtsbeginsel.


4.5. Hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen leidt de Raad tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.


Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.


(get.) T. Hoogenboom.


(get.) I.J. Penning.



TM