Centrale Raad van Beroep, 05-01-2012 / 10-4399 AW


ECLI:NL:CRVB:2012:BV0783

Inhoudsindicatie
Ontslag wegens het in verband met indiensttreding verstrekken van onvolledige gegevens. De vermelding “afgeronde Mbo-opleiding” in de vacaturemelding kan niet anders zijn en ook is bedoeld dat afronding van de gevraagde MBO-opleiding blijkt uit het verkregen diploma. Appellant had dit kunnen en moet weten. Op hem rustte bij zijn sollicitatie een actieve mededelingsplicht die een goede gang van zaken bij de sollicitatie moest verzekeren. Daarin is appellant tekortgeschoten. Appellant heeft niet aannemelijk kunnen maken dat hij bij zijn sollicitatie te goeder trouw heeft gehandeld.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-01-05
Publicatiedatum
2012-01-16
Zaaknummer
10-4399 AW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • TAR 2012/86
  • Module Ambtenarenrecht 2013/1494
  • Module Ambtenarenrecht 2014/29
Uitspraak

10/4399 AW


Centrale Raad van Beroep


Meervoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats], (appellant),


tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg van 30 juli 2010, 10/429, (aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


Gedeputeerde Staten van de provincie Zeeland (gedeputeerde staten)


Datum uitspraak: 5 januari 2012



I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.


Gedeputeerde staten hebben een verweerschrift ingediend.


Het geding is behandeld ter zitting van 24 november 2011. Voor appellant is verschenen zijn gemachtigde mr. A.L. Kuit, advocaat. Gedeputeerde staten hebben zich laten vertegenwoordigen door L. Baken-Dekker en A. Lamper.



II. OVERWEGINGEN


1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende feiten en omstandigheden.


1.1. Appellant is met ingang van 21 september 2009 aangesteld in de functie van inspecteur handhaving bij de afdeling Handhaving Natuur en Milieu van de directie Ruimte, Milieu en Water van de provincie Zeeland. Bij besluit van 5 januari 2010 is hem met toepassing van artikel B.9, aanhef en onder m, van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies (CAP) met ingang van 15 januari 2010 ontslag verleend wegens het in verband met zijn indiensttreding verstrekken van onvolledige gegevens. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 11 mei 2010 (bestreden besluit).


2. De voorzieningenrechter van de rechtbank (voorzieningenrechter) heeft bij de aangevallen uitspraak - voor zover in hoger beroep aan de orde - het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep naar voren hebben gebracht, overweegt de Raad het volgende.


3.1. Volgens artikel B.9, aanhef en onder m, van het CAP kan aan de ambtenaar ontslag worden verleend wegens het verstrekken van onjuiste of onvolledige gegevens bij of in verband met indiensttreding, zonder welke handelwijze niet tot aanstelling zou zijn overgegaan, tenzij de ambtenaar aannemelijk maakt dat hij te goeder trouw heeft gehandeld.


3.2. In de vacaturemelding van de in 1.1 genoemde functie is onder andere opgenomen dat een afgeronde Mbo-opleiding wordt gevraagd. Appellant heeft in zijn CV dat bij zijn sollicitatiebrief was gevoegd, vermeld dat hij in 1994 een Mbo-opleiding had afgerond. Bij een controle van zijn personeelsgegevens in december 2009 is geconstateerd dat appellant geen Mbo-diploma heeft.


3.3. De Raad acht die constatering juist. Evenals de voorzieningenrechter is de Raad van oordeel dat met de vermelding “afgeronde Mbo-opleiding” in de vacaturemelding niet anders kan zijn en ook is bedoeld dan dat afronding van de gevraagde MBO-opleiding blijkt uit het verkregen diploma. Appellant had dit kunnen en moet weten. Hij heeft dus bij zijn sollicitatie onvolledige gegevens verstrekt. De Raad twijfelt niet aan de juistheid van het standpunt van gedeputeerde staten dat, zou appellant bij zijn sollicitatie wel volledig zijn geweest, hij niet voor een gesprek zou zijn uitgenodigd, laat staan zou zijn benoemd.


3.4. In hoger beroep heeft appellant zijn stelling herhaald dat hij bij de vermelding van “een afgeronde Mbo-opleiding” te goeder trouw heeft gehandeld, nu hij ten behoeve van het rechtspositiegesprek de cijferlijst van het Mbo-examen 1994 heeft meegezonden waarin is vermeld dat hij was afgewezen. Gedeputeerde staten hadden dit al in de sollicitatieprocedure moeten onderkennen. Nu zij dit blijkbaar niet hebben gedaan, is het hem gegeven ontslag ten onrechte verleend.


3.5. De Raad volgt appellant hierin niet. Op hem rustte bij zijn sollicitatie een actieve mededelingsplicht die een goede gang van zaken bij de sollicitatie moest verzekeren. Daarin is appellant tekortgeschoten. De Raad acht hierbij, evenals gedeputeerde staten, nog van belang dat appellant ook op een ander punt bij zijn sollicitatie niet volledig is geweest. In het CV heeft hij vermeld een Hbo-opleiding milieu inspecteur te hebben afgerond. Dit is, zo bleek eveneens in december 2009, onjuist omdat het een opleiding op Mbo-niveau was en modules betrof. Uit een en ander volgt dat appellant niet aannemelijk heeft kunnen maken dat hij bij zijn sollicitatie te goeder trouw heeft gehandeld.


3.6. Op grond van het vorenstaande komt de Raad tot de slotsom dat gedeputeerde staten bevoegd waren appellant op de gebruikte grond te ontslaan. De door appellant ook naar voren gebrachte stelling dat gedeputeerde staten bij een grotere mate van zorgvuldigheid eerder dan in december 2009 hadden kunnen weten dat appellant geen Mbo-diploma had, doet aan zijn in 3.4 vermelde tekortkomingen niet af. Met de voorzieningenrechter is de Raad daarom van oordeel dat gedeputeerde staten in redelijkheid van die bevoegdheid gebruik hebben kunnen maken.


4. Het hoger beroep van appellant slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak moet - voor zover zij is aangevochten - worden bevestigd.


5. De Raad ziet tot slot geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en

W. van den Brink als leden, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2012.


(get.) J.G. Treffers.


(get.) J. van Dam.


NK