Centrale Raad van Beroep, 01-02-2012 / 11/1978 WIA + 11/4211 WIA


ECLI:NL:CRVB:2012:BV2515

Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. Nu het Uwv aan appellante een uitkering heeft toegekend naar de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse heeft appellante geen belang bij de beoordeling van haar hoger beroep.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-02-01
Publicatiedatum
2012-02-02
Zaaknummer
11/1978 WIA + 11/4211 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/1978 WIA en 11/4211 WIA


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellante], wonende te Duitsland (hierna: appellante),


tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 25 februari 2011, 10/1924

(hierna: aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellante


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).


Datum uitspraak: 1 februari 2012



I. PROCESVERLOOP


Appellante heeft hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Het Uwv heeft een nieuw besluit op bezwaar, gedateerd 31 maart 2011, genomen.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 december 2011. Appellante is verschenen, bijgestaan door G. van der Schoot. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.H.G. Boelen.



II. OVERWEGINGEN


1. Bij het in rubriek I vermelde besluit op bezwaar heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante per 30 oktober 2010 recht is ontstaan op een loongerelateerde uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Het besluit op bezwaar rust mede op grond van de overweging dat appellante voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt is. Dit is de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse.


2. Nu het Uwv aan appellante een uitkering heeft toegekend naar de hoogste arbeidsongeschiktheidsklasse heeft appellante geen belang bij de beoordeling van haar hoger beroep. Immers ook al zou appellante worden gevolgd in haar standpunt omtrent de beperkingen die zij ervaart, dan nog kan dit niet leiden tot indeling in een hogere klasse.


3. Het door appellante ter zitting ingenomen standpunt dat het gestelde in 1 niet wegneemt dat zij van de uitkering op grond van de Wet WIA niet kan rondkomen, leidt niet tot een ander oordeel. De vaststelling van de hoogte van de uitkering geschiedt op basis van de in de Wet WIA opgenomen criteria, waaronder het loon dat appellante heeft verdiend. De door appellante gestelde behoefte aan inkomen speelt hierbij geen rol.


4. Volledigheidshalve en geheel ten overvloede wijst de Raad er op dat in de bijlage van het besluit van 31 maart 2011 op inzichtelijke wijze is weergegeven op welke wijze de berekening van de hoogte van de uitkering heeft plaatsgevonden.


5. Gelet op hetgeen de Raad in 2 heeft overwogen dient het hoger beroep van appellante niet-ontvankelijk te worden verklaard.


6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep,


Recht doende:


Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 februari 2012.


(get.) J. Brand.


(get.) L. van Eijndthoven.



JL



III. BESCHEID


Der Centrale Raad van Beroep,


Entscheidet:


Verwirft die Berufung als unzulässig.



Dies ist das von J. Brand, Jurist, als Mitglieder des Gerichts und in Gegenwart von L. van Eijndthoven als Protokollführer am 1 Februar 2012 öffentlich verkündete Urteil.