Centrale Raad van Beroep, 04-05-2012 / 11-2043 WAO


ECLI:NL:CRVB:2012:BW5037

Inhoudsindicatie
Beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de beroepstermijn is overschreden en er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2012-05-04
Publicatiedatum
2012-05-07
Zaaknummer
11-2043 WAO
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/2043 WAO


Centrale Raad van Beroep


Enkelvoudige kamer


U I T S P R A A K


op het hoger beroep van:


[appellant], wonende te [woonplaats], Marokko (appellant),


tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2011, 10/2357 (aangevallen uitspraak),


in het geding tussen:


appellant


en


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).


Datum uitspraak: 4 mei 2012



I. PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.


Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.


Appellant heeft een nadere reactie ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 maart 2012. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.



II. OVERWEGINGEN


1.1. Bij besluit van 17 november 2000 heeft het Uwv geweigerd aan appellant uitkeringen in gevolge de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering toe te kennen, onder de overweging dat appellant na afloop van de zogeheten wachttijd van 52 weken, op 5 juli 1993, minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Dit besluit is bij besluit op bezwaar van 17 juni 2002 gehandhaafd. Bij uitspraak van 23 juni 2004 heeft de rechtbank Amsterdam het beroep van appellant tegen het besluit van 17 juni 2002 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is door de Raad in zijn uitspraak van 13 oktober 2006, 04/4217 WAO, bevestigd.


1.2. Op 29 mei 2009, aangevuld op 19 november 2009, heeft appellant opnieuw verzocht om een uitkering. Bij besluit van 3 december 2009 heeft het Uwv besloten niet terug te komen van de beslissing van 17 november 2000, op de grond dat niet is gebleken van nieuwe feiten of omstandigheden die ertoe leiden dat laatstgenoemd besluit onjuist zou zijn.


1.3. Bij besluit van 22 maart 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar tegen het besluit van 3 december 2009 niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.


1.4. Bij brief gedateerd 3 mei 2010 heeft appellant beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft vastgesteld dat het bestreden besluit op 22 maart 2010 aan appellant is toegezonden. De rechtbank heeft overwogen dat de beroepstermijn eindigde op 3 mei 2010 en dat het beroepschrift na het einde van de beroepstermijn ter post is bezorgd. Dit blijkt uit het door de Marokkaanse posterijen op 12 mei 2010 geplaatste poststempel.

De rechtbank heeft appellant niet gevolgd in zijn stelling dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De rechtbank heeft overwogen dat niet valt in te zien hoe de daartoe door appellant aangevoerde omstandigheid dat hij dacht dat het besluit van 22 maart 2010 geen origineel besluit betrof, maar een afschrift daarvan, er toe kan leiden dat appellant de te late indiening van het beroepschrift niet kan worden tegengeworpen. De rechtbank heeft vastgesteld dat onder het besluit stond vermeld tot wanneer appellant beroep kon in stellen, te weten tot uiterlijk zes weken na de dagtekening van het besluit. Verder heeft de rechtbank overwogen dat appellant, gelet op de datering van zijn beroepschrift op 3 mei 2010, in de gelegenheid was tijdig het beroepschrift ter post te bezorgen of per fax te verzenden.


3. In hoger beroep heeft appellant zijn eerder aangevoerde gronden herhaald. Het Uwv heeft in verweer verzocht de uitspraak van de rechtbank te bevestigen.


4.1. De Raad constateert dat appellant in hoger beroep dezelfde gronden heeft aangevoerd als in eerste aanleg.


4.2. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de beroepstermijn is overschreden. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. De Raad stelt zich volledig achter de aan dat oordeel ten grondslag gelegde overwegingen van de rechtbank en maakt deze tot de zijne.


5. Uit het voorgaande volgt dat het hoger beroep niet slaagt.


6. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.



III. BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep;


Recht doende:


Bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 mei 2012.


(get.) J.W. Schuttel.


(get.) G.J. van Gendt.


KR