Centrale Raad van Beroep, 10-04-2015 / 13-3174 ANW


ECLI:NL:CRVB:2015:1155

Inhoudsindicatie
Weigering nabestaandenuitkering toe te kennen omdat de echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-10
Publicatiedatum
2015-04-15
Zaaknummer
13-3174 ANW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/3174 ANW

Datum uitspraak: 10 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

22 mei 2013, 12/3405 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2015. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sturmans.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellante is gehuwd geweest met [naam ex-echtgenoot]. Haar echtgenoot heeft in Nederland gewoond en gewerkt en is teruggekeerd naar Marokko. De echtgenote van appellante is op 8 juli 2011 in Marokko overleden. Hij ontving daarvoor een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.


1.2.

Bij beslissing op bezwaar van 14 juni 2012 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 13 oktober 2011 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.


2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Zij heeft daartoe overwogen dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden niet voldeed aan de voorwaarden om verzekerd te worden geacht ingevolge de ANW.


3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij recht heeft op een nabestaandenuitkering. Zij heeft de zorg voor haar kinderen en verkeert in een slechte financiële situatie.


4. De Raad komt niet tot een ander oordeel dan de Svb en de rechtbank. Hij volstaat met te verwijzen naar de overwegingen in het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Deze overwegingen worden geheel onderschreven. In dit verband wordt nog van belang geacht dat de Svb bij besluit van 6 juli 2012 afwijzend heeft beslist op een door appellante ingediend verzoek om haar echtgenoot postuum toe te laten tot de vrijwillige verzekering voor de ANW. Daartegen is geen rechtsmiddel aangewend.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.










BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2015.




(getekend) T.L. de Vries




(getekend) B. Fotchind




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip kring van verzekerden.




NK