Centrale Raad van Beroep, 22-04-2015 / 14-1899 AWBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:1347

Inhoudsindicatie
Zorgindicatie voor Begeleiding Individueel (BI), klasse 2. Geen gegevens overgelegd die aanleiding geven om de medische beoordeling door CIZ in twijfel te trekken.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-22
Publicatiedatum
2015-04-30
Zaaknummer
14-1899 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/1899 AWBZ

Datum uitspraak: 22 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

24 februari 2014, 13/1292 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.A. Bouwman, advocaat, hoger beroep ingesteld.

CIZ heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 maart 2015. Appellant is niet verschenen. CIZ heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.C.J.G. van Maris-Kindt.

OVERWEGINGEN



1. Bij besluit van 25 juni 2013 (bestreden besluit) heeft CIZ appellant op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) geïndiceerd voor Begeleiding Individueel (BI), klasse 2, voor de periode van 25 augustus 2012 tot en met 24 september 2027.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de medisch adviseur van CIZ in zijn aan het bestreden besluit ten grondslag liggende medisch verslag afdoende heeft beargumenteerd dat in de tijd die klasse 2 biedt alle noodzakelijke zorgmomenten kunnen worden aangeboden. Appellant heeft zijn stelling dat hij voor BI, klasse 3, geïndiceerd had moeten worden niet onderbouwd.

3. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat een hogere klasse BI geïndiceerd had moeten worden, omdat hij een veelheid aan medische klachten heeft en veel problemen ondervindt op onder meer administratief gebied.

4.1.

De rechtbank heeft de naar voren gebrachte gronden beoordeeld en gemotiveerd geoordeeld dat zij niet slagen. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank gegeven overwegingen.


4.2.

De Raad voegt hier aan toe dat een veelheid aan medische klachten op zichzelf geen reden vormt om iemand voor AWBZ-zorg te indiceren. Het zijn de beperkingen die uit die klachten voortvloeien, die AWBZ-zorg noodzakelijk kunnen doen zijn. Ook in hoger beroep heeft appellant geen gegevens overgelegd die aanleiding geven om de medische beoordeling door CIZ in twijfel te trekken. Het nodig hebben van hulp bij administratieve en financiële problemen is geen reden om AWBZ-zorg te indiceren, daar zijn voorliggende voorzieningen voor, zoals voorzieningen op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning en maatschappelijk werk.

5. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van B. Fotchind als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 april 2015.




(getekend) H.C.P. Venema




(getekend) B. Fotchind




MK