Centrale Raad van Beroep, 07-05-2015 / 13-6840 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:1460

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van een vliegreis en de kosten van lokaal vervoer in verband met een bezoek aan zijn zieke moeder in Indonesië. Geen zeer dringende redenen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-05-07
Publicatiedatum
2015-05-11
Zaaknummer
13-6840 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/6840 WWB

Datum uitspraak: 7 mei 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 13 november 2013, 13/2621 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Oost Achterhoek (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. F.J.M. Kobossen, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift en een nader stuk ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 maart 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kobossen. Het dagelijks bestuur heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Brons.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Op 20 november 2012 heeft appellant bijzondere bijstand aangevraagd voor de kosten van een vliegreis en de kosten van lokaal vervoer in verband met een bezoek aan zijn zieke moeder in Indonesië.


1.2.

Bij besluit van 15 januari 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 9 april 2013 (bestreden besluit), heeft het dagelijks bestuur de aanvraag afgewezen op de grond dat het in artikel 11, eerste lid, van de Wet werk en bijstand (WWB) neergelegde territorialiteitsbeginsel zich verzet tegen het verlenen van de gevraagde bijzondere bijstand en dat door appellant geen feiten en omstandigheden naar voren zijn gebracht op grond waarvan de aanvraag niet mocht worden afgewezen.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Niet in geschil is dat het aan de WWB ten grondslag liggende territorialiteitsbeginsel bijstand voor de gevraagde kosten van een retour-vliegticket naar Indonesië en van lokaal vervoer in Indonesië uitsluit. Voor de kosten van het traject van en naar Schiphol heeft appellant geen bijstand gevraagd. Het dagelijks bestuur heeft dat, anders dan appellant heeft aangevoerd, ook niet uit zijn aanvraag hoeven af te leiden.


4.2.

Artikel 16, eerste lid, van de WWB biedt de mogelijkheid om in afwijking van het bepaalde in artikel 11, eerste lid, van de WWB de gevraagde bijstand te verlenen indien, gelet op alle omstandigheden, daartoe zeer dringende redenen noodzaken. Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling dient in een dergelijk geval vast te staan dat sprake is van een acute noodsituatie en dat de behoeftige omstandigheden waarin betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 1 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6576) kan slechts van een dergelijke acute noodsituatie worden gesproken indien een situatie van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben, waarbij ernstig letsel zowel psychisch als lichamelijk letsel kan omvatten. Eveneens volgens vaste rechtspraak (uitspraken van 8 maart 2005, ECLI:NL:CRVB:2005:AT4471 en 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808) kunnen zeer dringende redenen uitsluitend betrekking hebben op degene die, hoewel hij geen recht heeft op bijstand, niettemin voor bijstand in aanmerking wil komen.


4.3.

De rechtbank heeft geoordeeld dat uit wat appellant heeft aangevoerd niet blijkt van een zeer dringende reden in de zin van die bepaling, die noopt tot verlening van bijstand. In de door appellant gestelde slechte financiële situatie en de verwijzing naar de gezondheidssituatie van zijn ouders ziet de Raad geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen, nu appellant daarmee niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij zelf zich bevindt in een situatie die levensbedreigend van aard is of blijvend ernstig letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben.


4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en E.C.R. Schut en

M. ter Brugge als leden, in tegenwoordigheid van R.G. van den Berg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2015.




(getekend) O.L.H.W.I. Korte




(getekend) R.G. van den Berg



HD