Centrale Raad van Beroep, 02-06-2015 / 14-61 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:1700

Inhoudsindicatie
In de uitspraak is geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel van de rechtbank dat er - niettemin - aanleiding is om appellant te veroordelen tot betaling van de proceskosten van betrokkene en tot vergoeding van het griffierecht. Appellant heeft daarom op goede gronden aangevoerd dat de rechtbank daartoe ten onrechte is overgegaan.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-06-02
Publicatiedatum
2015-06-05
Zaaknummer
14-61 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/61 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

25 november 2013, 13/655 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

Het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. J.L. Crutzen, advocaat, de Raad bericht dat betrokkene zich refereert aan het oordeel van de Raad.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 april 2015. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.H.J.M. van de Heuvel. Betrokkene is niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Bij besluit van 4 oktober 2012, voor zover in dit geding van belang, heeft appellant het verzoek van betrokkene om bijzondere bijstand voor tandartskosten afgewezen.


1.2.

Bij besluit van 17 januari 2013 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar tegen het besluit van 4 oktober 2012 gegrond verklaard en aan betrokkene bijzondere bijstand toegekend voor tandartskosten tot een bedrag van € 1.077,30. Tevens heeft appellant aan betrokkene een vergoeding toegekend voor de kosten van rechtsbijstand tot een bedrag van

€ 944,- en heeft appellant aangekondigd dat betrokkene over de wettelijke rente separaat bericht krijgt.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat er geen plaats is voor de door betrokkene gevraagde vergoeding van schade, gelegen in extra proces- en incassokosten en voorts vastgesteld dat appellant een apart besluit heeft genomen tot vergoeding van wettelijke rente. Ten slotte heeft de rechtbank aanleiding gezien om appellant te veroordelen tot betaling van de proceskosten aan betrokkene en tot vergoeding van het griffierecht.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hier te bespreken grond tegen deze uitspraak gekeerd voor zover het betreft de bepalingen over de proceskosten en het griffierecht. Gelet op de uitkomst van de procedure in beroep, acht appellant deze bepalingen onjuist.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Bij de aangevallen uitspraak is het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en is het verzoek om schadevergoeding van betrokkene afgewezen. In de uitspraak is geen aanknopingspunt te vinden voor het oordeel van de rechtbank dat er - niettemin - aanleiding is om appellant te veroordelen tot betaling van de proceskosten van betrokkene en tot vergoeding van het griffierecht. Appellant heeft daarom op goede gronden aangevoerd dat de rechtbank daartoe ten onrechte is overgegaan.


4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden vernietigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten in hoger beroep bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het betreft de daarin opgenomen bepalingen over de proceskosten en het griffierecht.



Deze uitspraak is gedaan door C. van Viegen, in tegenwoordigheid van J. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 2 juni 2015.




(getekend) C. van Viegen




(getekend) J. Meijer




HD