Centrale Raad van Beroep, 18-05-2015 / 13-4519 WWAJ


ECLI:NL:CRVB:2015:1775

Inhoudsindicatie
Omdat appellant is geboren in 1975 dient de beoordeling van zijn aanspraken plaats te vinden aan de hand van het bepaalde in de AAW, hoewel hij zijn aanvraag na 1 januari 2010 heeft ingediend. Dit is vaste rechtspraak van de Raad. De verzekeringsarts b&b heeft inzichtelijk uiteengezet dat niet kan worden achterhaald hoe de medische toestand en belastbaarheid van appellant feitelijk waren, aansluitend op de dag waarop hij zeventien en achttien jaar werd omdat daarover geen informatie voorhanden is. Daardoor valt niet vast te stellen of appellant toen ten gevolge van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk buiten staat was om arbeid te verrichten. Ingeval van een laattijdige aanvraag ligt de bewijslast bij de aanvrager, vaste rechtspraak.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-05-18
Publicatiedatum
2015-06-09
Zaaknummer
13-4519 WWAJ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/4519 WWAJ

Datum uitspraak: 18 mei 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 31 juli 2013, 12/1760 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 oktober 2014.

Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P.C.P. Veldman.

OVERWEGINGEN


1. Appellant - geboren [in] 1975 - heeft op instigatie van de gemeente Venlo op

22 februari 2012 een aanvraag ingediend voor een uitkering op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong). Bij besluit van 27 maart 2012 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen omdat appellant niet aan de voorwaarden voldoet. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Bij besluit van 8 november 2012 (bestreden besluit) is dit bezwaar ongegrond verklaard.


2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt gehandhaafd dat hij voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij op de dag dat hij achttien jaar werd reeds arbeidsongeschikt was in de zin van de Wet Wajong. Ter onderbouwing heeft appellant opnieuw de eerder overgelegde stukken overgelegd, te weten de verklaring van 27 juli 1993 van orthopedagoog

P.J. van Kasteren en de bevindingen bij (her)keuring van 1 maart 1993 van arts

J.C.M. Oomen, voorzitter keuringscommissie Directie Dienstplichtzaken Ministerie van Defensie.


4. Het oordeel van de Raad over de aangevallen uitspraak.


4.1.

Zoals uiteen is gezet in de uitspraak van de Raad van 8 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1111, dient, omdat appellant is geboren in 1975, hoewel hij zijn aanvraag na 1 januari 2010 heeft ingediend, de beoordeling van zijn aanspraken plaats te vinden aan de hand van het bepaalde in de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW).


4.2.

Ingevolge artikel 5, eerste lid, van de AAW, zoals deze bepaling destijds luidde, is arbeidsongeschikt, geheel of gedeeltelijk, hij die ten gevolge van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk buiten staat is om met arbeid, die voor zijn krachten en bekwaamheden is berekend en die met het oog op zijn opleiding en vroeger beroep hem in billijkheid kan worden opgedragen, ter plaatse waar hij arbeid verricht of het laatst heeft verricht of op een naburige soortgelijke plaats, te verdienen, hetgeen lichamelijk en geestelijk gezonde personen, van dezelfde soort en soortgelijke opleiding, op zodanige plaats met arbeid gewoonlijk verdienen.


4.3.

In het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 5 november 2012, gelezen in samenhang met het rapport van de verzekeringsarts van 26 maart 2012, is inzichtelijk uiteengezet dat niet kan worden achterhaald hoe de medische toestand en belastbaarheid van appellant feitelijk waren, aansluitend op de dag waarop hij zeventien en achttien jaar werd. Daarbij is acht geslagen op de in 3 vermelde stukken. Er is geen informatie voorhanden over de aanwezigheid van psychische klachten op 17-jarige leeftijd. De enkele melding van psychische problematiek in een bepaalde periode van het leven is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep te algemeen en geeft geen antwoord op de vraag of deze problematiek destijds al terug te voeren was op een psychische stoornis en/of een in ontwikkeling zijnde persoonlijkheidsstoornis in engere zin. Dientengevolge hebben de verzekeringsartsen niet vast kunnen stellen of appellant aansluitend op de dag waarop hij zeventien en achttien jaar werd ten gevolge van ziekte of gebreken geheel of gedeeltelijk buiten staat was om arbeid te verrichten.


4.4.

Aangezien appellant bijna negen jaar na zijn achttiende verjaardag een aanvraag heeft ingediend is er sprake van een laattijdige aanvraag en komt het risico dat de medische gegevens uit de jaren 1992 en 1993 niet meer konden worden achterhaald voor appellants risico. Verwezen wordt naar vaste rechtspraak waaruit blijkt dat de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager ligt, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen. Zie onder meer de uitspraken van 24 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO9240 en 27 mei 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ6477. Tegenover de conclusies van de in 4.3 vermelde verzekeringsgeneeskundige rapporten heeft appellant geen geneeskundige verklaring gesteld die doet twijfelen aan de juistheid van die conclusies.


4.5.

Uit 4.3 en 4.4 volgt dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


5. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak



Deze uitspraak is gedaan door I.M.J. Hilhorst-Hagen, in tegenwoordigheid van K. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 mei 2015.



(getekend) I.M.J. Hilhorst-Hagen




(getekend) K. de Jong



JL