Centrale Raad van Beroep, 22-09-2015 / 14/3461 BBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:3220

Inhoudsindicatie
Niet ontvankelijk verklaring hoger beroep.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-22
Publicatiedatum
2016-07-12
Zaaknummer
14/3461 BBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 22 september 2015

14/3461 BBZ

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 28 april 2014, 13/3828 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[Appellant] te [woonplaats] (appellant)


het college van burgemeester en wethouders van Oss


PROCESVERLOOP


Appellant heeft hoger beroep ingesteld.



OVERWEGINGEN


Ingevolge artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.


De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.

Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.


De uitspraak waartegen hoger beroep is ingesteld is op 2 mei 2014 in afschrift aan partijen toegezonden.


Het beroepschrift is op 19 juni 2014 ontvangen. Het is, gezien de poststempel op de enveloppe, op 18 juni 2014 ter post bezorgd.


Op grond hiervan moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.


Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


Bij brief van 18 mei 2015 is aan appellant gevraagd naar de reden van de termijnoverschrijding.


Appellant heeft daarop bij brief van 29 mei 2015 geantwoord dat de reden van overschrijding van de beroepstermijn van zes weken heeft te maken met de perikelen rondom de financiële afwerking van de openbare verkoop van zijn privé woning, de chronische vaststelling van

Q-koorts bij zijn echtgenote, begeleiding en zorg van zijn zoon terwijl appellant voor sanering van bestaande crediteuren en betaling van kosten bestemd voor incassotraject Ede vele extra uren heeft gewerkt.


Wat appellant heeft aangevoerd, bevat onvoldoende grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.


In dat verband wordt overwogen dat in situaties als onderhavige het uitgangspunt geldt dat het risico dat het hoger beroep niet tijdig is ingediend, volledig voor rekening komt van de partij die hoger beroep instelt. Voorts is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat appellant niet in verzuim is geweest. Daarbij wordt aangetekend dat appellant met een beroepschrift op nader aan te voeren gronden termijnoverschrijding had kunnen voorkomen.

Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.


Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van P.A.M. Hulsdouw als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 september 2015.




(getekend) J.F. Bandringa




(getekend) P.A.M. Hulsdouw



Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.



HD