Centrale Raad van Beroep, 24-09-2015 / 15/1184 AW


ECLI:NL:CRVB:2015:3225

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om doorstroming. Met de wijze van beoordeling wordt binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling gebleven. De korpschef heeft in redelijkheid tot een negatief oordeel over de verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP kunnen komen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-24
Publicatiedatum
2015-09-28
Zaaknummer
15/1184 AW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

15/1184 AW

Datum uitspraak: 24 september 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

5 januari 2015, 14/1250 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. K. Kromhout hoger beroep ingesteld.

Namens de korpschef heeft mr. M. Dijk een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft, gevoegd met de zaken 14/6400 AW, 15/508 AW en

15/1197 AW, plaatsgevonden op 2 juli 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door

mr. Kromhout. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Dijk, J. de Vries,

G.M. Barkel en K.G. IJmker-Poelman. In de gevoegde zaken wordt heden afzonderlijk uitspraak gedaan.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellant is sinds 3 mei 2002 als politieambtenaar aangesteld, laatstelijk in de functie van medewerker algemene verkeerszaken, generalist Gebiedsgebonden Politie (GGP) bij de voormalige regiopolitie Twente.


1.2.

Als uitwerking van het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector politie 2005-2007 hebben de Minister van Veiligheid en Justitie en de politievakorganisaties op 9 september 2010 overeenstemming bereikt over de tweede tranche van de landelijk te harmoniseren arbeidsvoorwaarden politie (HAP II). Deze afspraken zijn vastgelegd in de op 1 november 2010 in werking getreden circulaire Harmonisatie arbeidsvoorwaarden politie tweede tranche (Stcrt. 2010, 19782, circulaire).


1.3.

Een onderdeel van de harmonisatieafspraken is het in bijlage 6 van de circulaire opgenomen ‘Loopbaanbeleid van assistent A tot en met senior binnen de GGP’. In die bijlage zijn de afspraken vastgelegd over de mogelijkheden tot doorstroming van ambtenaren binnen de GGP naar een volgend niveau of volgende functie. Voor de doorstroom van generalist GGP (schaal 7) naar senior GGP (schaal 8) is als vereiste gesteld dat sprake is van ‘vakmanschap blijkend uit een recente beoordeling boven de norm met daarin opgenomen verwachte geschiktheid voor senior GGP’. Vermeld is dat het loopbaanbeleid vanaf

1 november 2010 geldt voor alle medewerkers bij de Nederlandse Politie, dat de Raad van korpschefs i.o. zich aan de circulaire heeft geconformeerd en dat het bevoegd gezag deze circulaire dient te volgen, tenzij een zwaarwegend dienstbelang zich daartegen verzet.

In april 2013 zijn nadere uitvoeringsafspraken vastgesteld. De korpschef heeft het loopbaanbeleid alsmede deze uitvoeringsafspraken ten grondslag gelegd aan zijn beslissingen op verzoeken om doorstroming.


1.4.

Op 1 november 2012 heeft appellant verzocht om doorstroming naar de functie van senior GGP, schaal 8.


1.5.

Naar aanleiding van het verzoek om doorstroming is over de periode van 1 november 2010 tot en met 31 december 2012 een beoordeling vastgesteld met als conclusie dat appellant boven de norm functioneert. Hiernaast is een negatief advies uitgebracht over de verwachte geschiktheid van appellant voor de functie van senior GGP.


1.6.

Bij besluit van 5 november 2013 heeft de korpschef afwijzend beslist op het verzoek om doorstroming. Daarbij is het advies over de verwachte geschiktheid gevolgd.


1.7.

Bij besluit van 23 april 2014 (bestreden besluit) heeft de korpschef het bezwaar tegen het besluit van 5 november 2013 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. De Raad komt naar aanleiding van wat partijen in hoger beroep hebben aangevoerd tot de volgende beoordeling.


3.1.

Vooropgesteld wordt dat de korpschef ter zitting van de Raad desgevraagd heeft verklaard dat pas bij het besluit van 5 november 2013 definitief is beslist over de vraag of appellant voldoet aan het onder 1.3 voor doorstroming vermelde vereiste van verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP. Dit besluit behelst aldus het negatieve oordeel over de verwachte geschiktheid van appellant voor de functie van senior GGP alsmede de op dat oordeel gebaseerde afwijzing van het verzoek om doorstroming.

3.2.

Appellant heeft onder meer betoogd dat de korpschef een onredelijke invulling heeft gegeven aan het begrip verwachte geschiktheid en dat ten onrechte is geoordeeld dat hij de verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP niet heeft.


3.3.

De invulling van het begrip verwachte geschiktheid heeft binnen de regiopolitie Twente plaatsgevonden door een beoordeling van twee elementen, coördinatievermogen en coach/mentorverantwoordelijkheid, zoals genoemd in de functie-eisen van senior GGP. De betrokkene hoeft daaraan nog niet volledig te voldoen, maar moet daaraan wel in potentie voldoen. Om dat te kunnen beoordelen wordt in doorgaand gedrag en handelingen/activiteiten op alle facetten van het basispolitiewerk verwacht dat de betrokkene ten aanzien van deze elementen het nodige heeft laten zien aan zijn leidinggevende. De Raad is van oordeel dat met deze wijze van beoordeling binnen de grenzen van een redelijke beleidsbepaling wordt gebleven.

3.4.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de korpschef in het geval van appellant in redelijkheid tot een negatief oordeel over de verwachte geschiktheid voor de functie van senior GGP heeft kunnen komen. De Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Wat betreft het element coach/mentorverantwoordelijkheid is ten aanzien van appellant vastgesteld dat door collega’s, waaronder ook studenten, regelmatig gebruik wordt gemaakt van zijn kennis als medewerker algemene verkeerszaken. Hij heeft echter geen coach/mentorwerkzaamheden verricht of anderszins laten zien tot deze werkzaamheden in staat te zijn.


3.5.

Uit 3.1 tot en met 3.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en B.J. van de Griend en

M.C.D. Embregts als leden, in tegenwoordigheid van C.A.W. Zijlstra als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 september 2015.




(getekend) E.J.M. Heijs




(getekend) C.A.W. Zijlstra




HD