Centrale Raad van Beroep, 07-10-2015 / 15/116 ZW-V


ECLI:NL:CRVB:2015:3433

Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-10-07
Publicatiedatum
2015-10-08
Zaaknummer
15/116 ZW-V
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 7 oktober 2015

15/116 ZW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 januari 2014, 13/5319 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellante] te [woonplaats] (appellante)


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)


PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 29 april 2015 heeft de Raad het namens appellante door mr. K. Aslan, advocaat, ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.


Namens appellante heeft mr. Aslan verzet gedaan.


Het verzet is behandeld ter zitting van 23 september 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Aslan. Het Uwv heeft zich, met voorafgaand bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN

De uitspraak van de Raad van 29 april 2015 berust op de overwegingen dat het hoger beroepschrift niet tijdig is ingediend, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.


Een afschrift van de aangevallen uitspraak is op 8 januari 2014 gezonden aan de toenmalige advocaat van appellante, mr. M.T. de Vaal. Het hogerberoepschrift is verzonden op

6 januari 2015, nadat appellante en haar echtgenoot zich voor een andere kwestie tot mr. Aslan hadden gewend. De termijn voor het instellen van hoger beroep is daarmee - ruim - overschreden.


Namens appellante is betoogd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Daartoe is aangevoerd dat appellante als gevolg van (ernstige) psychiatrische klachten niet eerder in staat was hoger beroep in te stellen.


De Raad ziet, met alle begrip voor de moeilijke omstandigheden waarin appellante en haar echtgenoot sinds eind 2011 hebben verkeerd en nog verkeren, geen aanknopingspunt voor de vaststelling dat appellante binnen de termijn niet in staat is geweest hoger beroep in te stellen of zich te wenden tot een persoon of instantie die haar daarbij behulpzaam kon zijn. De verwijzing naar een op de echtgenoot van appellante betrekking hebbende schriftelijke verklaring van diens behandelend psycholoog en behandelend arts van 17 maart 2015 is daarvoor niet toereikend. Medische gegevens die - wel - op appellante betrekking hebben zijn niet in het geding gebracht. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.


Het verzet is daarom ongegrond.


Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

7 oktober 2015.




(getekend) T.G.M. Simons




(getekend) D.W.M. Kaldenhoven




NK