Centrale Raad van Beroep, 07-10-2015 / 14/6755 WSF-V


ECLI:NL:CRVB:2015:3436

Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-10-07
Publicatiedatum
2015-10-08
Zaaknummer
14/6755 WSF-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 7 oktober 2015

14/6755 WSF-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 21 november 2014, 14/1896 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellant] te [woonplaats] (appellant)


de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister)


PROCESVERLOOP


Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 27 mei 2015 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.


Appellant heeft verzet gedaan.


Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 23 september 2015, waar partijen - de Minister met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.



OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 27 mei 2015 berust op de overwegingen dat het verschuldigde griffierecht niet binnen de bij - aangetekend verzonden - brief van 19 januari 2015 gestelde termijn van vier weken is bijgeschreven op de rekening van de Raad dan wel ter griffie is gestort, en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.


Vaststaat dat het griffierecht niet is betaald.


In het verzetschrift heeft appellant verklaard dat hij nooit een verzoek tot betaling van het verschuldigde griffierecht heeft ontvangen.


Uit de gedingstukken blijkt dat de aangetekend verzonden brief van 19 januari 2015, evenals een eerdere door de Raad op 12 december 2014 per gewone post verzonden brief met betrekking tot de verschuldigdheid van het griffierecht, aan het - juiste - adres van appellant is verzonden. Deze brieven zijn bij de Raad niet retour ontvangen. Blijkens door de Raad ambtshalve opgevraagde informatie van PostNL is de brief van 19 januari 2015 op 20 januari 2015 afgeleverd op het adres van appellant. Dat de brief mogelijkerwijs in ontvangst is genomen door een persoon die deze vervolgens niet aan appellant heeft overhandigd, is voor risico van appellant. Nu ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden die leiden tot het oordeel dat appellant niet in verzuim is geweest, moet het verzet ongegrond worden verklaard.


Voor een proceskostenveroordeling van het verzet is geen aanleiding.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in tegenwoordigheid van

D.W.M. Kaldenhoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

7 oktober 2015.




(getekend) T.G.M. Simons




(getekend) D.W.M. Kaldenhoven




JvC