Centrale Raad van Beroep, 03-11-2015 / 14/3510 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:3811

Inhoudsindicatie
Proceskosten veroordeling bij geheel tegemoetkomen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-11-03
Publicatiedatum
2015-11-09
Zaaknummer
14/3510 WWB
Procedure
Proceskostenveroordeling
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 3 november 2015

14/3510 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

7 mei 2014, 12/5205, 12/5864 en 13/604 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[Appellante] te [woonplaats] (appellante)


het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam


PROCESVERLOOP


Namens appellante heeft mr. J.A. van den Berg, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Bij beslissing op bezwaar van 23 juni 2015 heeft het college de aan appellante toegekende bescheidenschaalregeling alsnog vanaf 1 januari 2013 voortgezet.


Bij brief van 28 juni 2015 heeft mr. Van den Berg namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.


Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.


Met toestemming van partijen is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.



OVERWEGINGEN


Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.


De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat met het besluit van 23 juni 2015 geheel aan appellante is tegemoetgekomen.


De Raad ziet aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op

€ 980,- in beroep en € 490,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.470.



Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2015.




(getekend) J.F. Bandringa





(getekend) E.R. Flore





HD