Centrale Raad van Beroep, 04-12-2015 / 13/3599 WIA


ECLI:NL:CRVB:2015:4424

Inhoudsindicatie
Einduitspraak na tussenuitspraak. Nieuw besluit. Proceskostenveroordeling en vergoeding wettelijke rente.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-04
Publicatiedatum
2015-12-09
Zaaknummer
13/3599 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/3599 WIA

Datum uitspraak: 4 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 5 juni 2013, 12/9946 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[naam v.o.f.] te [vestigingsplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 1 mei 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:1878) een tussenuitspraak gedaan.

Op 31 juli 2015 heeft het Uwv een gewijzigd besluit genomen.

Namens appellante heeft mr. J.M. Breevoort hierop zijn zienswijze gegeven en gevraagd het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Raad bepaald dat het nadere onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN


1. Voor een uiteenzetting van de feiten wordt verwezen naar de onder het procesverloop vermelde tussenuitspraak.


2. Bij besluit van 16 juli 2012 heeft het Uwv beslist dat voor [X.] (werknemer) met ingang van 16 augustus 2012 geen recht is ontstaan op een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA), omdat hij voor het einde van de wachttijd van 104 weken hersteld was.


3. Bij besluit van 14 september 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv, voor zover van belang, het bezwaar van appellante tegen het besluit van 16 juli 2012 (kennelijk) ongegrond verklaard.


4. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door appellante ingestelde beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


5. Bij de in het procesverloop vermelde tussenuitspraak heeft de Raad - kort gezegd - geoordeeld dat het bestreden besluit een deugdelijke en draagkrachtige motivering ontbeert en is aan het Uwv de opdracht gegeven het vastgestelde gebrek in de besluitvorming te herstellen.


6. Ter uitvoering van hetgeen in de tussenuitspraak is overwogen heeft het Uwv een nieuw besluit genomen, gedateerd 31 juli 2015. Bij dit besluit heeft het Uwv het bestreden besluit gewijzigd en onder meer vastgesteld dat de werknemer vanaf zijn ziekmelding op

19 augustus 2010 wordt geacht op 19 augustus 2012 de wachttijd te hebben volgemaakt. Het besluit van 16 juli 2012 is herroepen.


7. Bij brief van 1 september 2015 heeft gemachtigde van appellante, gevraagd naar haar zienswijze op de nieuwe besluitvorming, geen gronden ingediend. De Raad is verzocht uitspraak te doen en het Uwv te veroordelen in de proceskosten. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb zal de Raad het besluit 31 juli 2015 dan ook niet bij de beoordeling van het hoger beroep meenemen.


8. Uit overweging 2 tot en met 7 vloeit voort dat de aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd, met gegrondverklaring van het beroep tegen het bestreden besluit en vernietiging van dat besluit.


9. De vordering van appellante om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over het bedrag dat als gevolg van de herroeping van het besluit van 16 juli 2012 door het Uwv zal worden nabetaald, zal - indien een nabetaling aan de orde is - worden toegewezen. De wettelijke rente moet worden berekend overeenkomstig de uitspraak van de Raad van

25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.


10. Er is aanleiding het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellante. Deze kosten worden begroot op € 980,- wegens verleende rechtsbijstand in beroep (indiening beroepschrift en bijwonen zitting) en op € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep (indiening beroepschrift en bijwonen zitting). Het Uwv dient een bedrag van in totaal

€ 1.960,- aan appellante betaalbaar te stellen.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


  • - vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • - verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 14 september 2012;
  • - veroordeelt het Uwv tot vergoeding aan appellante van de wettelijke rente zoals onder 9 van

deze uitspraak is vermeld;

  • - veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante tot een bedrag van € 1.960,-;
  • - bepaalt dat het Uwv aan appellante het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van

€ 160,- vergoedt.



Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en R.E. Bakker en J.P.M. Zeijen als leden, in tegenwoordigheid van J.R. van Ravenstein als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 december 2015.



(getekend) J.W. Schuttel


(getekend) J.R. van Ravenstein


AP