Centrale Raad van Beroep, 17-12-2015 / 14-3739 WUBO


ECLI:NL:CRVB:2015:4607

Inhoudsindicatie
Erkenning dat betrokkene is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo. Weigering Wubo-uitkering. De bij betrokkene aanwezige psychische klachten (PTSS-kenmerken) houden weliswaar verband met het oorlogsgeweld, maar hebben niet geleid tot blijvende invaliditeit in de zin van de Wubo. Over de lichamelijke klachten (eczeem, longklachten, suikerziekte en de hart- en vaatklachten) is geoordeeld dat deze niet in verband staan met het meegemaakte oorlogsgeweld. Voldoende medische grondslag
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-17
Publicatiedatum
2015-12-18
Zaaknummer
14-3739 WUBO
Procedure
Eerste en enige aanleg
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/3739 WUBO

Datum uitspraak: 17 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellanten] te [woonplaats] (appellanten)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Namens appellanten heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 23 mei 2014, kenmerk BZ01717485 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 november 2015. Daar is namens appellanten verschenen [naam 1] , bijgestaan door mr. Van Berkel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.T.M. Vroom-van Berckel.

OVERWEGINGEN

1.1.

In juni 2013 heeft [naam 2] , geboren in 1942 en overleden op 20 december 2013, hierna: betrokkene, een zogenoemde samenloop-aanvraag ingediend om toekenningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 dan wel de Wubo.


1.2.

Bij besluit van 7 januari 2014 is erkend dat betrokkene is getroffen door oorlogsgeweld in de zin van de Wubo, namelijk internering tijdens de Japanse bezetting in de kampen Baros te Tjimahi, het Bloemenkamp te Bandoeng en de kampen Grogol en Tjideng. De aanvraag om toekenning van onder meer een periodieke uitkering is afgewezen op de grond dat de bij betrokkene aanwezige psychische klachten (PTSS-kenmerken) weliswaar verband houden met het oorlogsgeweld, maar niet hebben geleid tot blijvende invaliditeit in de zin van de Wubo. Over de lichamelijke klachten (eczeem, longklachten, suikerziekte en de hart- en vaatklachten) is geoordeeld dat deze niet in verband staan met het meegemaakte oorlogsgeweld. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is bij het bestreden besluit ongegrond verklaard.


2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


2.1.

Van blijvende invaliditeit in de zin van de Wubo is volgens het beleid van verweerder sprake als de betrokkene beperkingen heeft in minstens twee van de vier aan de American Medical Association (AMA) ontleende rubrieken, te weten 1) dagelijkse activiteiten,

2) sociaal functioneren, 3) concentratie, doorzettingsvermogen en tempo en 4) aanpassing aan stressvolle omstandigheden. Deze maatstaf is door de Raad in vaste rechtspraak aanvaard

(zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:244).


2.2.

Verweerder heeft zijn standpunt in het primaire besluit gebaseerd op het door de geneeskundig adviseur A.J. Maas, arts, uitgebrachte advies. Dat advies is tot stand gekomen na een door deze arts op 15 november 2013 bij betrokkene verricht medisch onderzoek. Daarbij is ook betrokken de van de huisarts ontvangen informatie. Maas concludeerde dat bij betrokkene sprake was van psychische klachten (PTSS-kenmerken) die wel in verband staan met het oorlogsgeweld, maar dat deze klachten niet leidden tot beperkingen in de onder 2.1 genoemde rubrieken. De lichamelijke klachten (eczeem, longklachten, suikerziekte en de

hart- en vaatklachten) konden niet aan het oorlogsgeweld worden toegeschreven, aldus Maas.


2.3.

In de bezwaarfase is advies gevraagd aan een andere geneeskundig adviseur, de arts

R.J. Roelofs. Hij heeft het advies van Maas onderschreven. Op basis van het bezwaar concludeerde Roelofs dat de vaste beoordelingssystematiek voor het vaststellen van de invaliditeit/beperkingen (als gevolg van de psychische klachten) correct is toegepast. In bezwaar zijn geen nieuwe medische feiten of omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het eerdere medische advies zou moeten worden heroverwogen, aldus Roelofs.


2.4.

Anders dan namens appellanten is aangevoerd acht de Raad het bestreden besluit op grond van de advisering van Maas en Roelofs deugdelijk voorbereid en gemotiveerd. Uit de voorhanden zijnde gegevens blijkt niet dat bij betrokkene sprake was van beperkingen in minstens twee van de aan de AMA ontleende rubrieken. Medische gegevens op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat de beperkingen van betrokkene zijn onderschat zijn niet aanwezig. Mogelijkerwijs heeft betrokkene zich tijdens het onderzoek van Maas beter voorgedaan dan dat hij was, maar dat vindt geen steun in de (medische) stukken. Anders dan namens appellanten is bepleit kan een nader gesprek tussen de echtgenote van betrokkene en een geneeskundig adviseur niet leiden tot een ander oordeel. Met betrekking tot de lichamelijke klachten heeft de Raad in de medische gegevens geen aanknopingspunt gevonden om te twijfelen aan het ingenomen standpunt dat deze klachten niet aan het oorlogsgeweld konden worden toegeschreven. In het in het dossier aanwezige sociaal rapport is weliswaar vermeld dat betrokkene tijdens de internering bacillaire dysenterie, Engelse ziekte en oedeem heeft opgelopen, maar, wat hiervan verder ook zij, dat zijn fysieke klachten daaraan zijn toe te schrijven vindt geen steun in de medische gegevens. Voor het gericht stellen van vragen aan de behandelend longarts of cardioloog, zoals namens appellanten is bepleit, heeft verweerder in dit geval kunnen afzien nu de huisarts op basis van informatie van deze behandelaars de hart-, vaat- en longaandoening uitgebreid heeft beschreven. Met de hier ontvangen informatie is dan ook voldaan aan de eis een zo actueel mogelijk beeld te verkrijgen van de gezondheidstoestand van betrokkene.


2.5.

Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden. Het beroep moet ongegrond worden verklaard.


3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door A. Beuker-Tilstra, in tegenwoordigheid van M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2015.




(getekend) A. Beuker-Tilstra



(getekend) M.S. Boomhouwer

HD